Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„van Vyanen daerof heeft, overgheven.” ') De aanspraken van den Graaf blijken weder niet zeer deugdelijk geweest te zijn, want hij vond geen „seven Kidderen,” die in deze voor hem getuigenis wilden afleggen. Toen dan de Bisschep optrad met „seven Stolen” aan zijne zijde koos de Graaf de wijste partij en deed op 28 Maart 1375 afstand van „alle alsulcke rechte, alse wi... . mochten hebben an den gerechte van Vreeswijck.” Van Hollandsche zijde zien we verder geen pogingen meer aangewend, om de heerlijkheidsrechten over Vreeswijk tot zich te trekken. Deze bleven van toen af aan het Sticht, tot dat op 12 Januari 1582 de Staten des lands van Utrecht de hooge en lage heerlijkheid over dit terrein in pandschap afstonden aan de hoofdstad van het Sticht. *). Deze bleef bij voortduring in het ongestoord bezit harer heerlijkheid.

Het tweede jaar der 15® eeuw dompelde het kerspel Vreeswijk op nieuw in diepe ellende. De stoute Jan van Arkel heer van Zoelen viel in den herfst van dit jaar met een bende wilde krijgers over Vreeswijk en het Gein heen, roofde al wat tilhaar was, stak de rest

') Matthaeus, de Jure Gladii, bl. 236. De brieven hier vermeld, doelen gewis op de verpanding van 19 October 1289.

2) Joan. Gerbr. a Leydis, Chronic. Belgic., lib. 31, cap. 25.

3) Matthaeus, de Jure Gladii, bl. 239.

*) Mattliaeus, de Jura Gladii, bl. ‘246. Toch beweert Rietstap, Wapenboek van den Neder). Adel, II b1.294vv., dat Amelis van Zuylen van Nyevelt, zoon van Jacob heer van Hoevelaken, heer van Vreeswijk was, evenals zijn zoon Hugo, die geboren is op 3 Sept. 1588. Alle bewijs hiervoor onibreekt. En dezelfde beweert ook, dat voorn. Amelis v. Z. v. N. lid was der ridderschap van ’t Sticht, ofschoon uit het Utrechtsche Placaatboek, I bl. 302 vv., het tegendeel blijkt.

Sluiten