is toegevoegd aan uw favorieten.

Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht; bijdragen, 1896, 1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

quam intra biduum binc ille habebit, et sic plus luminis orietur utrique.

Domicilium, inhabitatio, templum, exercitium religionis in Weerde praedicanti manent salva, libera et intacta, et nequaquam a parte Monasteriensi intenditur vel minimum inferre praejudicium; d““® autem Sluiter propter sua demerita et maxime propter hanc tempestatem, per falsitatem Zutphaniae excitatam, aegerrime post hoe tolerabitur; sed quisquis alius, ab aula Olivensi vel Zutphaniensi praesentatus, sine mora acceptabitur.

Si quid aliud ad obsequium praesentis causae valeam, ero, praevia commendatione solita.

Olarissime Domine,

D. V. officiosissimus servus:

Andr. a Dieren, yic. Boch. Voor trouw afschrift getuigt;

J. H. Homan.

HEDA-, gestorven, in ISSS*?

{Lit Archief XXI. 389.)

De Traag, hier gesteld, is van beduidend gewicht. Want moet het antwoord bevestigend luiden, dan is bet slot der Historia Episcoporum ültrajectensium onecht. Daar immers wordt ons nog de keus verhaald van Hendrik v. Beyeren tot bisschop van Utrecht, welke voorviel op 6 Mei 1524. Voor ontkennend antwoord pleit, dat noch A. van Buchel, noch G. Lap van Waveren, de beide uitgevers van gemelde Historia, van deze onechtheid iets hebben bemerkt, althans