Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met de Bijlagen, die wij aan de ellenlange naamlijsten der wijdelingen hebben toegevoegd, is onze taak nog geenzins afgedaan. Al die moeielijk overzienbare gegevens roepen om een inleiding, welke ze in het behoorlijke licht plaats. Anders brengen ze niet veel meer nut aan de geschiedvorsching dan wanneer ze onder het stof der Archieven bleven verborgen. Welke lezer toch geeft zich de moeite, om die ongenietbare naamlijsten aandachtig na te gaan, of het moest zijn, dat hij in een of anderen naam dringend belang stelde? Onze inleiding, die met voorbedachten rade eerst nu aan het slot volgt, zal bestaan uit verschillende, los aaneengeregen opmerkingen betreffende die punten slechts, waarover meer licht gewenscht schijnt.

I°. Het register der wijdelingen. Aan onze reeds in het voorwoord geleverde beschrijving van den Codex nog enkele toevoegsels. De schrijver, die van 1505 tot 1518 het register met eigen hand geregeld heeft bijgebonden, schijnt wel de notaris Mr. Splinterus Woutersz. te zijn. Het register was reeds opgemaakt, voordat de Wijdingen werden toegediend, zooals blijkt uit de aanteekening: „dominus Johannes de Bommel ordinis Teutonicorum non fuit quia infirmus,” Bij de volgende wijding, op Paaschzaterdag, was ge-

‘) A» 1507 Maart 20.

Sluiten