Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11. Dat in deese getuigenisse niet alleen staet „plenissimam satisfactionem circa novitates doctrinales et praxin” etc., maer oock,: „ostendens se verum Ecclesiae filium, Stae Sedi Apostolicae (: het welcke behelst: Pontifici:) qua decet humilitate ac docilitate obtemperantem et obsequentem.”

12. Dat als de H' Internuntius bijnaer ten eynde sijnde desa getuigenis te schrijven, sigh eenighsins belemmert vondt, om met een woort uit te drucken, datter niets aen mijn en manqueerde, zoo vroegh hij aen mijn die daar bij stondt, hoe hij dat best doen sou, en ick mijn selfs een weynigh bedenckende gaf tot antwoort, dat Christus, om hetselfve van sijnselfve(n) te seggen gebruickte deese woorden : „Ego sum pastor bonus,” Waerop de Internuntius repliceerde: „Tres bon” en soo quamen der deese woorden in: „in finem quoque ut boni Oatholici ipsius curae concrediti se a pastore bono dirigi ac pasci cognoscant.”

Indien ick, Weledele Heer, de eer hadde van UEd. geselschap, ick zou meer kunnen seggen; maer mijn dunckt dit genogh te sijn, en eyndighe.

Ter kantteekening hierop, doch nu van mij, dit eene: Die hij het oordeel den evenaar in den rechtenstand wil houden, mag niet uit het oog verliezen, hoe een moeder pleegt te spreken over haren lieveling.

Sluiten