Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt medegedeeld: dat men namelijk „de paepsche stouticheijt” had bedreven, het lijk van den in 1647 overledene op een lijk- of staatsiebed in priesterlijke kleeding ten toon te stellen. De eenige moeielijkheid, die zich hier volgens deze veronderstelling voordeed, was deze, dat op de achterzijde van het portret de leeftijd van 36 jaren staat aangegeven, terwijl daarentegen Joan Banningh Wuijtiers, zooals uit het voorgaande blijkt, in den ouderdom van 56 jaren overleden is. Zou dit evenwel, zoo vroegen we verder, niet als een schrijffout van den maker van het schilderstuk L : m. mogen beschouwd worden ? ’t Is een gissing, zoo voegden we er bij, die met zoo erg gewaagd zal zijn, omdat het portret ons veel eerder aan een man van zes en dan van zes en dertig-javigen leeftijd denken doet.

Dat onze veronderstelling omtrent dit tweede portret volkomen juist was, ia ons later gebleken uit een correspondentie met den Heer Jan Sterck te Amsterdam, aan wien de heide schilderijen, die door ouderdom en slechte verzorging nog al vrij wat geleden hadden, ter restauratie waren toegezonden. Den December 1895 schreef deze kunst- en oudheidliefhebber aan den pastoor van Ankeveen het volgende: „Nog ben ik TJ „een nader bericht schuldig omtrent de beide schilde„rijen, waarvan ik ü de goede ontvangst reeds heb „gemeld. Vooreerst kan ik U ten stelligste mede„deelen, dat de priester, wiens naam ü niet met zeker„heid bekend was, niemand anders is als Johan „Banning Wuijtiers. De gelijkenis met de van hem „bekende gegraveerde portretten (waarvan een op zijn „lijkbed ....) laat daaromtrent geen twijfel. Aetat. 36 „is dus een schrijffout voor 56 Beide schilderijen

Sluiten