Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Godfried Loeff in en over de Hollandsche Missie ten jare 1652.

Onder „de Noord-Nederlandsche leerlingen van het TJrbaansch college te Romewelke P. van Lommel vromer gedachtenis vóór eenige jaren geschiedkundig herdacht komt het eerst voor Godefridus Loeff. Van hem wordt daar o. a. verhaald, dat hij tusschen 1652—54 als missionaris naar Amersfoort werd gezonden, er evenwel geen onderhoud vermocht te bekomen en spoedig weer vertrok.

Wie over deze mislukte zending meer zou willen weten, zal weinig of niets meer dan het boven vermelde vinden in de Relatio van della Torre in de Historia episcopatus IJltrajectensis en evenmin in de Naamlijst der Amersfoortsche geestelijken Maar in de navolgende bescheiden zal hij alles vinden opgehelderd.

Godfried Loeff had tot de Congregatie der Propaganda, in wier college hij zijne opleiding genoten had, een verzoekschrift gericht, om in de Hollandsche Missie werkzaam te mogen zijn. Bij decreet van 6 Mei 1652 werd hem Amersfoort als standplaats toegewezen.

Reeds geruimen tijd had een Gapucijner-pater fr. Gabriël, in de wereld Johan van Langevelt, aldaar eene Statie, hoewel hij door de Propaganda, door de oversten zijner orde, door den Keulschen Nuntius, door Rovenius herhaaldelijk gesommeerd was, om weder in

I) Archief XIX. 291 v. v. ») Archief X. 190. 3) p, 166.

*) Archief XIV. 2.

Archibï XXIV.

Sluiten