Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een paar aanvullingen op de parochiegeschiedenis van Ankeveen-

Door een allervriendelijksten lezer van het die evenwel ongenoemd wenscht te blijven, werden mij ter aanvulling van mijne monografie: „Het kerspel Ankeveen” [Archief XXIV. v.v.) de volgende aanteekeningen welwillend toegezondeu. Ze zijn getrokken uit een oud manuscript:

«Necrologiom Missionis».

«3 Dec. 1653: R. D. Bartholdm Ingels, Amstelodamensis, «J. U. L., post impensos in Anckeveen vicinisque Goijlandiae ïlocis triginta quatuor annis continuis labores, anno 1652, die «20 [2B] Novembris Amstelodamuna evocatus, Orphaniotrophio «virginum praefectus, et hoe anno mortuus.»

«27 Aug. 1657; R. D. Guilelmus van Schaijck, Ultrajectinus, «anno 1652, mense Novembri Missionarius in Anckeveen depu«tatus, anno missionariatus sui quinto diem obiit.»

«25 Dec. 1680 *); M. R. et Consmus D. Joannes Ignatius (ißuijsch, Ultrajectinus, J. U. L., causarum in saeculo Patro«nus, ex haeresi conversus et sacerdos consecratus, primum

') In de Registers op de eerste 20 dln. v. h. Arch. voor de Gr. V. h. Aartsb. Utr. wordt het overlijden van Ruijsch in 1679 gesteld, maar in het Necrologium Harlemense (vgl. «.De Katholieks LXII. 241) op 25 Dec. 1680.

*) Vgl. Archief X. 233. Het daar meegedeelde Verslag van de la Torre roemt hem, als «ex haeresi optime conversum sacerdotem, in controversiis versatissimum.»

Sluiten