Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de korte inleiding slechts enkele opgenoemd. De bewoners van Staphorst en omstreken zullen dit bevattelijk leesboekje gaarne ter hand nemen.

Utrechtsch prov. en dagblad (Uitgave L. E. Bosch en Zoon).

In de nummers 295 , 298 , 301 en 302, van Zondag 25 October 1896 en volgende dagen, vijf artikel’s of feuilletons: de dom van Utrecht, door Mr. S. Muller Fz. De Schrijver leidt ons rond door de toen geopende tentoonstelling in het Stedelijk Museum op het Hoogeland; hij laat ons kennis maken met de schatten die de stedelijke verzamelingen bevatten voor de bestudeering van onzen beroemden Dom. Met veel détailkennis geeft hij een beschrijving van de Domkerk en daartoe behoorende bijgebouwen, zooals zij waren in tijd van bloei, in dagen van schromelijk verval en tegenwoordig in een toestand van gedeeltelijke restauratie. Hij schetst ons in korte trekken de voornaamste monumenten en kunstschatten, waaraan onze Dom vroeger zoo rijk was, voor zooverre die nog kunnen gekend worden, hetzij uit oude teekeningen, hetzij uit schaarsche overblijfselen. Menigmaal geeft hij lucht aan zijn rechtmatige ergernis over de verwaarloozing, waaraan het oorspronkelijk zoo prachtige godshuis langen tijd heeft bloot gestaan. Maar hij hoopt op betere dagen; want sedert men, met ernst en eerbied, de hand heelt geslagen aan de restauratie onzer oude monumenten, is er leven, kunstminnend en kunstbevorderend leven, gekomen in den Jan Saliegeest van het Nederlandsche volk.

In de nummers van 13 en U Juni 1897 wijdt dezelfde Schr. een paar feuilleton’s aan Utrecht’s oude Mariakerk. Ook van dit (Romaansch) bouwwerk zijn verschillende teekeningen overgebleven, door Saenredam en anderen gemaakt. Mr. Muller hield van al die gegevens een merkwaardige tentoonstelling in het Stedelijk Museum. De heide feuilleton’s zijn uittreksels van een breedvoerig opstel, dat afzonderlijk verkrijgbaar werd gesteld om als Gids te dienen. Zoo ontvangen wij een volledig beeld der schoone en eerbiedwaardige Mariakerk. Hare geschiedenis, die tot het jaar der slooping, 1844, terloops wordt verhaald wekt des te meer helangstelling, omdat dit eeuwenoude heiligdom thans geheel en al tot het verleden behoort.

Sluiten