Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sub domo noatra” spoedig daarna in eene andere van L 294 waarin bepaald wordt, dat de kanunniken van den Dom en van St. Salvator recht zouden hebben op eene begraafplaats „in capella sancte Crucia”, terwijl de collatie der kapel zou blijven bij den proost van St. Salvator. Omtrent de ligging dezer kapel blijkt, dat zij moet gelegen hebben naast den Oudmunster

Weder vinden wij de kapel terug in veel latere tijden: uit eene memorie, die tot het begin der 16® eeuw moet gebracht worden blijkt, dat eene muur, „qui a capella S. Grucis ecclesie S. Salvatoris usque ad scolas ecclesie Majoris protenditur”, de immuniteiten der beide kapittelen scheidde; het kapittel van Oudmunster beklaagde zich, dat de heeren van den Dom, door het slaan van een gat in die muur, het water van hunne daken loosden op het Oudmunsterkerkhof. Het euvel is, niettegenstaande deze klachten, blijkbaar in den loop der jaren niet verbeterd: in 1598 was er niet alleen een gat in de muur, maar eene „doere, gestelt in der heeren van den Dom’s muyer neffens die H. Oruys-capelle, uutgaende op der heeren van Oudemunsters kerckhoff” ®).

•) De Geer, Oude Tracht, p. 48 Noot. (Het Bisschopshof grensde ontniddellijk aan den westgevel der St. Salvatorskerk; de H. Kruiskapel lag ten noorden naast deze kerk. Is wellicht «onze Dom» bedoeld?)

Wstinc, Het rechtsboek van den Dom. p. 256.

3) Vicarie van St. Barbara «in capella S. Grucis juxta ecclesiam S. Salvatoris Traiectensis». (Charter Oudmunster 1 Juni ■1350.) Vgl. een charter van 1517 Maart 26 (Stadsarchief), waarin sprake is van «tyerste outaer in des heyligen Cruys capelle by hoer kercke (van Oudemunster)».

*) Matthaeus, Fundationes. p. 55.

5) Resolu ie v. Oudmunster 1 Maart 1598.

Sluiten