Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sich metten uwen besprecken, om te sien ofi sij dat verdrach, binnen M. opgericht, wollen aen dach ende voer S. Exc. kommen laeten, off niet, ende dat ü L. mij sulcks int eynde van der voergangen weke scriftelick sollen doen verstendigen, dwelcken alsnoch niet en is geschiet. Beger derhalven nochmaels, om alle wijdere inconvenienten ende desordre desvals rijsende te voerkommen, ü L. meynnonge daervan to weten; want ongetwijfelt soe sulcks terugh gehalden wordt, geschaepen is meer verloeps in den Merienwertsche goederen te kommen, wie het sich alreede openbaert in de handeling ende acten onlancks gepasseert bij den here van Enspick, daervan ick in sulcken gevalle voer Godt ende alle die werelt geprotesteert will hebben; want ick gern saech, dat die saecken tot eennen minnelicken verdrach quaemen, totte minste quetsonge der abdijen. Ende soe U L. oock die meynnonge hebben, wie voerscreven, soe is der saecken goeden raet ende oock well te voerkommen het sinistre voernemen van den here van Enspick, daer ick U L. in sulcken gevalle alsdan hant in halden sall, soe voel mij mogelick. Dit heb ick U L. ter goeder meynnongen niet konnen bergen, hierop verwachtend metten brenger deses UL. schriftelick meynnonge, mits bevelende hiermede U L. in schuts und schermsell van den Almogenden. Met haest, den 11 dach Januarii a® 1581.

ü L. goetgoDstige fruendt int vermogen, Alaert van Lienen.

Naar het oorspr.

Vgl. voor de volgorde het in deel XXIV, biz. 348 medegedeeld Register, suh 1, 2 en 5.

Sluiten