Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijdeu waren liun niet gunstig. De Calvinisten, van ouds gewoon den Roomscben de kaas van het brood te eten, kregen weer vasteren voet om dezen tijd, wijl de Oranje-vorst den scbepter ging voeren. Om best wil kwamen dus de broeders ertoe, om op 7 Maart 1815 voor M"' Jacob Gerard van Nes, vrederechter van ’t canton Maarssen, met den Predikanl enz. der Protestantscbe gemeente te Vleuten eene bevrediging te sluiten. Deze bepaalde, dat de bezitting der broederschap door mannen van eer zal geschat en bet zuivere achtste deel der waarde in geld uitgekeerd worden aan gemelde Protestantscbe gemeente, waarvoor deze laatste van baren kant onherroepelijk afziet van alle aanspraak op de broederschap. Ten gevolge dier overeenkomst werd op 11 December 1819 desom van 687 gl. aan de weerpartij uitgekeerd. Met dit offer was een volkomen zelfstandig leven herwonnen. Daarom werd op O. L. Vr. Bezoek van het jaar 1821 vastgesteld, dat in bet vervolg geene andersgezinden ooit tot lid der broederschap zullen worden aangenomen, en dat zij, die de Katholieke Kerk boe dan ook verlaten, daardoor van zelf bun lidmaatschap verbeuren.

Omstreeks 1820 moet een voorstel des beeren van Cootb den duw hebben gegeven, om den broederkring, wier lid bij was, voor een deel weer te richten op haar oude doel: bet kweeken der vriendschap en broedermin. Toen werd bepaald, dat voortaan, evenals eene eeuw vroeger, door de broederschap op den rekendag weer een vriendenmaal aan bare leden zal worden gegeven des middags om twee uur; uit de kasse worden 45 gulden hiervoor beschikbaar gesteld; doch wijn en morgendrank moeten blijven ten eigen koste der gebruikers. Een jaar of drie later werd besloten, dat de dag voor de

Sluiten