Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gratitudine perpeluus maneam Admodum Reverendae Domiiiationis vestrae.

Addictus famulus

Gelasius Lavinus, Flander Iprensis.

«Hier na heeft hij mij eene cedule gesonden van desen inhout;

Admodum Keverende Domine Waeyer.

Gum me ipsum et tenuitatem meam per litteras nuper Reverentiae vestrae commendarim et iterum commendo mihi ex charitate poculum cerevisiae transmitti pro necessitate humanissime rogo.

Gelasius Lavinus, sacerdos captivus.

«Also desen Pater Regulier op de Deser Poorte vrij gaen mochte, nam hij sijn slagh waer, dat hij er af geraeckte, maer werdende terstont vermist wierde hij op den Dijok achterhaelt ende wederom op de Poort gebracht.

«Maer also den voors. scholte Crul groote boete van hem wilde hebben schreef hij aen een sekere Mevrouwe in den Rage, dat hij hier gevangen sat en versochte van haer Edelen, dat hij hier uit moghte verlost worden. Dese heeft bij sijn Hoogheyt te weegh gebracht, dat dien Crul hierover bestraft is (’twelck hem seer moeyde) ende dat hij terstont desen religieus souden laten gaen. So hij oock dede. Maer hij moest de oncoste 70 aBO gulden betalen, welcke bij de Catholyken alhier gecollecteert sijn.»

Ziedaar een der vele staaltjes van de hooggeroemde vrijheid, welke onze Vaderen in dit klassieke land der verdraagzaamheid gedurende de zeventiende eeuw genoten. Inderdaad zij leefden, volgens het bekende woord van Dr. Knuttel, destijds in Abrahams schoot I In het holle van den nacht slopen zij stilletjes langs de straten, om in duizend angsten in arme schuren of op zolders de h. Geheimen bij te wonen. Werden zij overvallen, dan moesten zij fahelachtige sommen als boete opbrengen en dat, wijl zij naar de stem van hun geweten geluisterd en aan den drang van hun godvree-

Sluiten