Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hare woning om zijn intrek te nemen bij een burger. Ook hier zou hij niet lang vertoeven.

Een eeuw was nu na het uitbreken der Hervormings omwenteling voorbijgevlogen en de tijd had langzamerhand de vervolging een weinig van hare hevigheid doen verliezen. Al bracht het „ongeluksjaar” voor de Katholieken geen blijvenden vrede, de regeering had toch gelegenheid gehad de verdraagzaamheid der zoo zwart als ketterjagers afgeschilderde „papen” te bewonderen, en de vroedschap was vroed genoeg, om, uit hetgeen het Vaderland in 1672 was wedervaren, te besluiten, dat de onderliggende partij soms heel onverwacht het roer van Staat in handen kan krijgen en daarmede een schoone gelegenheid, om den vervolgers met gelijke munt terug te betalen. Zoo kwam men er allengs toe meer oogluiking te gebruiken en de „papisten”, zoo zij zich maar bescheiden op den achtergrond hielden, niet meer als voorheen te beschouwen als een, zij het ook eigenaardig, soort „wild”, dat nergens anders toe dient, dan om opgespoord en vervolgd te worden.

Langzamerhand kwamen de Katholieken tot rust; de geestelijken konden hun zwervend leven staken en eraan denken zich een vaste woning en kerkhuis te bouwen.

Pastoor Theodorus Voorst wist van de veranderde omstandigheden gebruik te maken , om te Kampen het kerkhuis te stichten, waar de Katholieken bijna twee eeuwen lang hun godsdienstplichten hebben waarge-

>) «Sijn eerste wooninge is eerst geweest bij mijn Mevrouwe van Oldeneel anderhalf jaer, hier na hij seker Borger.» Waeyer p. 621.

Sluiten