Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te worden. M;)er de scholten bij nachten hebben het bewaart en voor de kerckdeur hunne degens uytgetroeken, om henlieden daer uyt te houden, dat se int hegraeven geen quaet en souden connen doen.»

Dit alles is geschied in het „Klassieke Land der vrijheid” door de nakomelingen van de mannen, die in 1580 aan Nederland de gewetensvrijheid (?) brachten en de Katholieken kwamen uitnoodigen, om plaats te nemen in „Abrahams schoot”!

WILHELMUS VOORST.

1690—1692.

In de laatste jaren der 17® eeuw zag Kampen achtereenvolgens drie broeders aan het hoofd der parochie geplaatst. Oonradus Voorst werd, zooals wij zagen, opgevolgd door zijn broeder Theodorus en toen deze in 1690 het tijdelijke met het eeuwige verwisselde, werd zijn broeder Wilhelmus Voorst als pastoor naar Kampen gezonden. Waeyer besluit zijne aanteekeningen omtrent Kampen met de volgende regelen :

«Als sijn Hooghw. van Sehasten sijnde te Kussen sijn doot versteen hadde, is na Campen gereyst ende aldaer savonts den 2 September gecomen en heeft voorts, met goedvinden van sijn gemeynte, sijn broeder heer Wilhelmus Voorst in sijn plaetse tot pastoor van Campen gestelt, ende hier bij belooft dat hij eerstdaags een weerdich en bequaem priester tot sijn hulp sonde senden. Soo oock geschiet is, want op den d.5 deses is hier gecomen heer Reynerus Velthuysen, om sijn medehelper te wesen en mede Emmeloort (op Sctiokland) te bedienen.»

Wilhelmus zou niet lang zijne schapen weiden. Den 1®“ Maart 1692, diende hij voor het laatst het H, Doopsel toe. De doopeling was een zoon van Jhr. Egbert Morrhe en Jonkvrouwe Anna Judith van Tellinckhuysen.

Sluiten