Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelf, niets met zekerheid aangaande den oorsprong der TL Stede mee te deelen. Dit blijkt duidelijk uit den inventaris der boekerij van de St. Steffenskerk aldaar, i) nog te vinden op het stedelijk archief in het »Registrum ecclesie S. Stephani.” (D). Op dezen inventaris staan vermeld: »Die boeke, die hoeren ten altaren der curen ende ten chore”, alsmede de »Libri pertinentes ad librariam ecclesie Hasselensis.” Onder al deze boeken nu is er geen enkel, dat betrekking heeft op de H. Stede.

Op zich zelf zou dit nog geen bewijs zijn voor mijne bewering. De H. Stede toch stond op zich zelf had haar eigen boekerij en haar eigen archief, kon dus zeer goed overvloed hebben aan bescheiden omtrent haar oorsprong, ofschoon dit alles op de boekerij der kerspelkerk ten eenenmale ontbrak. Doch ook de provisoren der H. Stede konden reeds destijds althans in de zestiende eeuw over de wording van hun heiligdom geen inlichtingen geven. Uit het stedelijk archief toch blijkt, dat men omstreeks het midden der i6® eeuw tot tweemaal toe de diplomen, welke ter H. Stede bewaard werden, geïnventariseerd heeft. Beide inventarissen berusten nog op het stedelijk archief, zoodat wij in staat zijn gesteld eene nauwkeurige vergelijking in te stellen tusschen hetgeen wij omtrent de H. .Stede weten en hetgeen in de 16'' eeuw daaromtrent bekend was.

Welnu in genoemde inventarissen is over den oorsprong geen enkel diploom te vinden, ’t oudste document dat mend estijds kende, is de aflaatbrief van 1328, dien

1) Gepubliceerd in het Archief vjh Aartsbisdom, deel. 21 bl. 207.

Sluiten