Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hertogdom van Friesland uit tot de Maas en eenigen tijd vroeger strekte Friesland zich zeker uit tot het Zwin of Vlaanderen.”

Worp van Thabor, die dit uit het oog verloor, hechtte van den anderen kant te groot gewicht aan de omstandigheid, dat de Munstersche bisschop zijn diocesanen een openbare akte van eereboete voorschreef.

Daar wij dit feit later nog in het breede te behandelen hebben, zij het, voor het oogenblik, genoeg de aandacht te vestigen op het feit, dat de S(. Marcellusvloed heel het Noord-Westelijk gedeelte van Europa trof; dat bijgevolg een daad als die van bisschop Theodoricus van Munster zeer zeker geen recht geeft, om te besluiten, dat de heiligschennis door den kampvechter onder het rechtsgebied van dien kerkvorst bedreven werd.

Het bisdom van Utrecht had van dien vloed zeker meer te lijden gehad dan het Munstersche stift, dat, verder landwaarts en hooger gelegen, niet zoo onmiddellijk open en bloot lag voor de zeegolven als het Utrechtsche stift met zijn rijke kustontwikkeling. ’t Lijdt wel geen twijfel, of Otto van der Lippe en vooral de zorgzame Willebrand van Oldenhiirg, die korten tijd daarna hier den kromstaf voerde, zal zijn onderhoorigen wel even ijverig tot berouw en boete hebben opgewekt. Al is ons noch in de kronieken dier dagen, noch in eenig bisschoppelijk diploom hieromtrent iets bewaard gebleven, het ligt zóó voor de hand, dat ook de Utrechtsche bisschop weldra kennis kreeg van de wondervolle gebeurtenissen en óf wel den Munsterschen bisschop het voorbeeld gaf, óf wel diens voorbeeld

Sluiten