Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staat was, het geestelijke welzijn zijner onderhoorigen te behartigen en voor den luister van het huis Gods te ijveren. Hij placht de geestelijke ambtsplichten in eigen persoon te vervullen en strekte ook door zijn bijzonderen levenswandel den anderen ten voorbeeld. Moesten er levieten tot den dienst der kerk worden toegelaten, dan was hij zelf bij hunne beproeving tegenwoordig, en lette hij nauwkeurig op hunne eigenschappen en bekwaamheden, om zoo gestreng mogelijk diegenen af te weren, die het priesterlijke karakter onwaardig zouden zijn. Nadat hij alzoo zeer zorgvuldig zijne kerk gedurende drie en twintig jaren had bestuurd, eindigde hij den zes en twintigsten September 1) 1559 in de abdij van St. Amand, die hij tegelijk met het bisdom was blijven besturen, zijne levensdagen en werd hij terzelfder plaatse begraven; zijn hart alleen werd naar Utrecht overgebracht en daar in de hoofdkerk bijgezet.” (J. 1.. von Groote, naar Heda de Episc. Ultraj. en naar Batavia Sacra I p. 246) 2)

1) „Herbstmonat”. Van Liefland geeft naar Batavia Sacra de maand November op. Hij verklaart bij die gelegenheid, dat zijne fraaie plaat no. 44, Egmond’s portret, eene copie van den keurigen gedenkpenning is, die in 1558, het 54e levensjaar, te Antwerpen is geslagen. De copie is afkomstig uit de toenmalige lithographische inrichting van Ph. A. A. Kanne & Co. (immers destijds, in 1857, geaffilieerd aan de firma P. W. Van de Weijer) te Utrecht. Philips Kanne, niet lang daarna overleden, was broeder van den nog levenden pastoor van Mijdrecht.

2) Johann Ludwig von Groote is de voortzetter en uitgever van de kerkelijke geschiedenis van Antoine Godeau, bisschop en heer van Vence in Frankrijk. Gelijk te voren van eenige bijzondere kerkgeschiedenissen en andere onderwerpen, zoo werd door hem een tijdrekenkundig overzicht geleverd van de aartsbisschoppen, bisschoppen en pauselijke stedehouders, en van de onechte aarts-

Sluiten