Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij heeft in het Utrechtsche, aldus Suffridus Petri (Appendix in Hedam), zijn bisdom in groote rust en met veel geestelijk nut tot het einde toe bestuurd.

Hij ijverde sterk tegen de ontucht bij geestelijken en bij leeken, dat groote kwaad, dat klaarblijkelijk in ons noordelijk Europa en in dat overgangstijdperk van godsdienstige levensbeschouwing veel erger woedde dan in ’t Christenrijk ooit te voren. In »ïriesland” ontstonden in die twee standen ook reeds de godsdienstige beroerten van dien tijd, en begonnen zoo ook reeds de tegenkantingen tegen het wettige kerkelijke gezag, die weldra zulke treurige verhoudingen zouden aannemen. Bisschep George’s tijdperk van vrede in elk geval gelijkend op de stilte die den storm voorafgaat was dus althans niet geheel vrij van de deiningen der golven. Naar »Friesland” werden tot bezwering van den storm door den bezorgden kerkvoogd afgevaardigd Wilh. Lindanus en Franc. Sonnius

bisschoppen, van Utrecht of der Hollandsche Zending, als bijlage van het 34e deel van eerstgenoemde geschiedenis, waarbij hij bijzonderen nadmk legt op de onhoudbaarheid van de aangevoerde bewijzen voor de zoogenaamde echtheid van laatstbedoelde kerkhoofden. Een zeldzaam werk, ten minste ik vond het nergens geciteerd; een betrouwbaar werk, ten minste naar mijne bescheidene meening; maar een werk, dat zich slechts tot de eerste grootheden bepaalt, en zich niet, als de minder betrouwbare Batavia Sacra, ook tot de tweede en de derde grootheden uitstrekt, en evenals dit laatste niet veel verder gaat dan de eerste helft der achttiende eeuw, en mij, wat mij betreft, alzoo des te meer het gemis heeft doen gevoelen van eene meer volledige of uitvoerige, èn meer tot onzen tijd reikende handleiding bij de beoefening van de geschiedenis der Kath. Kerk in ons Vaderland. Zulk eene uitgave mag, dunkt mij, wenschelijk worden genoemd. Het zij gezegd met allen verschuldigden eerbied voor werken als die van . Moll en dergelijke.

Sluiten