Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over te geven. Op den 12®“ Maart werd er gebeeldstormd in de L. V. Kapel. Op den i ó'’**" werd er vastgesteld, dat de overwinnaars, d. i. de nieuwsgezinden, in bezit zouden komen van de L. V. Kapel met al hare inkomsten, terwijl eindelijk, den 28’**”“ Maart, dezelfde bepaling werd gemaakt omtrent de inkomsten en goederen van St. Barbara- (en St. Joosten-) broederschap. Wat de beeldstormer, den 3*’™ Deo., 1578, aan de beide vrouwen te Utrecht mededeelde, zien wij na ruim drie maanden letterlijk ten uitvoer gebracht. Tengevolge der latere omstandigheden is het oorspronkelijk plan, dat nog slechts in meer onbepaalde, niet juist omschreven lijnen was vastgesteld, meer uitgebreid.

Het niet onbelangrijk document voor de geschiedenis van die dagen verspreidt ook licht over de betrekking, waarin de Prins van Oranje tot de beeldstormers gestaan heeft, ’t Blijkt wel, dat het er mede gegaan is, als met alle meer belangrijke gebeurtenissen van dien tijd. Waar een openlijk optreden niet dringend noodzakelijk vereischt werd, zooals bijv. bij zijn vijandelijke aanvallen in deze gewesten in 1566 en 1572, daar verbergt de Prins zich achter anderen, houdt hij zich zooveel mogelijk schuil, vermijdt hij zorgvuldig in het openbaar iets te zeggen of te doen, blijft hij zooveel mogelijk op den achtergrond, ofschoon zijn aanhangers en geestverwanten zeer goed weten, hoe laat de klok slaat. Aan die allen is het bekend, dat de Prins deze of die zaak voorstaat en haar in bescherming neemt, of niet tegengaan of onderdrukken zal. »Wij zullen het voor den Prins wel verantwoorden,” hooren wij den beeldstormer verzekeren omtrent de beraamde plundering en moordplannen.

Sluiten