Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voldaan was, ging P. Coninckx over tot het bezweren van den boozen geest. Hij had het geluk het meisje van haar kwelling te verlossen en tot een trouwe dochter der Kerk te maken. Haar vader was sinds dit voorval in zijn hart van de katholieke waarheid overtuigd, doch durfde, uit vrees voor het verlies zijner betrekking, niet openlijk van zijn overtuiging blijk geven.

Eenigen tijd later trad P. Coninckx andermaal met den helschen geest in het krijt. Nu gold het eene bezetene uit Burgwerd in Wonseradeel in de nabijheid van Bolsward. Ook hier stelde de pater als voorwaarde voor zijne tusschenkomst, dat het meisje na hare bevrijding de dwaling zou afzweren, »want, zeide hij, wat zou het baten, den duivel de heerschappij over het lichaam te ontnemen, indien men hem de ziel liet behouden ?”

Toen de voorwaarde werd afgewezen, ging P. Coninckx onverrichterzake terug, niettegenstaande de helsche geest door den mond van de bezetene verklaarde, dat het woord van den pater hem onmiddellijk zou noodzaken zijn prooi te verlaten. (Tiara. Annotationes P- 37)-

P. ROBERTUS VAN DER LINDEN.

P. Clingius overleed, waarschijnlijk in Augustus of September, 1644. Zijn opvolger P. R. van der Linden ontving den 28 September van hetzelfde jaar zijn aanstelling, tegelijk met een aanbevelingsbrief van den provinciaal, P. Simon Jordens, voor Jhr. van Uterwijck, bij wien de paters Eranciscanen in den beginne gehuisvest waren. In dit schrijven roemt de provinciaal

Sluiten