Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

indien de zaaken geen ander keer nemen, dese sijne standplaats te verlaaten, wanneer het naare gevolg zal zijn, dat deese kerk, die dog, indien het nauwkeurig word ingesien, de eenige getolereerde Roomsch Catholyque kerk is, als wordende door een wereldlijk priester bediend, een landzate, zal moeten gesloopt worden, en een uytlander, een pater, die maar na goedkeuring der kloosterlingen en hunne hoofden, om sig en hun rijk te maaken, gesonden word, sal triumpheren. Dit tijdstip is niet verre en word merkelijk verhaast, doordien de coopman C. C. Sterk heeft kunnen goedvinden, om de supplianten voor deser stads lage bank te trekken, van hun eischende eene somma groot 1190—5, heenkomende wegens geleverd houd aan kerkhuys in Rijnvischgank.”

De requestranten verklaarden zich bereid alles te doen, wat voor den vrede en eensgezindheid bevorderlijk kon zijn, »ja zoo vervolgden zij de pastor Nieuwenhuys is bereid, om met den pater alle de voordeelen reciproce te deelen, met hem in een huys te woonen en dus die twee kerkhuyzen tot een lichaam te maaken.”

Zooals te verwachten was, geschiedde. Eenigen van de voornaamsten uit de Paters-gemeente, de heeren G. F. Bruins, Joan. Gram er, B. Kesselaer en Ant. Woonings, boden der stedelijke regeering een verweerschrift aan, waarin zij na erop gewezen te hebben, dat het houden van een vroegdienst in de paters-kerk altijd met gesloten deuren en op onbepaalde tijden geschied en bijgevolg den pastoor daardoor geen nadeel toegebracht was in het breede de aantijging weerleggen, als zou de pater een buitenlander zijn, naar Kampen gekomen, om zichzelven en zijn Orde

ARCHIEF XXVI.

13

Sluiten