is toegevoegd aan uw favorieten.

Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht; bijdragen, 1900, 1900

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

1484) 19-

Taxatie van eenige zilveren sieraden, toebehoorende aan den Dom.

Anno etc. LXXXIIII die Lune XIX Julii domini deliberaverunt camerario civitatis Trajectensis unam urnam argentum sine spersorio et baculo ponderantem XXVI marchas argenti minus 1111 loet.

Anno etc. LXXXIII ipso die Jacobi ecclesia Trajectensis deliberavit civitati Trajectensi mutus argentum infrascriptum.

In primis II brutsen i), die Binchorst gegeven heeft, dair die een inne stont sunte Meerten ende aen die een zijde knyelde 2) Binchorst in zijn hernass ende aen die ander zijde van sunte Meerten stont een affgod op een calumpne, ende op die brutsen op elke zijde stonden die wapenen, the weten dat eerste wapen mit een roet velt en drie witte manen dair inne; die ander wapen was een schilt mit een gulden velt mit een roede leuwe. Die ander brutse van Binchorst dair stondt inne sunte Meerten in dat midden ende buerde onsen heere God in der missen, ende voir stont dat altaer mit kelck ende boeck ende een capellaan dair bij. Ende aan die ander zijde knyelde Binchorst als boven.

Summa van gewichte van den II brutsen: VII marck ende II loet.

Item noch II brutsen mit dubbelde rosen, dair in die

1) Brutse broke, fr. broche, borstgesp (pectorale) voor de koorkap, tegenwoordig agrafe.

2) Knielde,