Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goud drie ronde palen, i) In dit zelfde jaar werd hij door Willem, abt van St Truyen en Arnold heer van Diest tot scheidsrechter gekozen, in geschillen over vrij-eigen goed. Alles gezien, gehoord en overwogen, besliste de scheidsrechter, dat aan den heer van Diest de hooge heerlijkheid toekwam over het geheel, maar aan den abt de vrije eigendom der helft van het goed. De twee mannen hadden blijkbaar hunnen rechter leeren hoogschatten, want bij nieuwe geschillen, later gerezen, kozen zij andermaal den aartsdiaken, W. Bertold, om hen te scheiden, onder eede belovend naar zijne uitspraak zich te voegen: zooals geschiedde op 8 Januari 1290.2) In Juni van het jaar 1287 wordt ons nader vermeld, dat hij proost is van St Pictcr te Leuven: hij bezegelt alsdan met zijn twee andere broeders den stichtingsbrief eener kapellanie, door hunne zuster Sophia gevestigd in Mechelens hoofdkerk op het nieuwe altaar voor haars vaders graf. 3) Bij C. van Gestel, in de lijst der proosten van Leuvens gemelde kerk vinden we Godfried van Leuven ten jare 1285 nog in het bezit dier proostdij; daarin werd hij opgevolgd door »Guilielmus Bertout . . . J(uris) U(triusque) D(octor), Sacri Palitii judex ordinarius, simul canonicus cathedralium ecclesiarum Leodiensis et Ultrajectensis.” .. . . Dien doctorshoed droeg de man met eere; maar welk soort van rechterambt hij daardoor verwierf, schijnt twijfelachtig; we trachten dien twijfel op te lossen in bijlage A.

1) A. w. XXVI bl. 404.

Piot, Cartulaire de Vahhaye de St I 110. 302 en 306.

Miraeus, Op. Diplo7n.., I bl. 771.

I) C. V. Gestel, Historia Sacra et Profana Archiepiscopatns Mechliniensis, I bl. 149.

Sluiten