Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alle macht te dienen »tieghens Willaem biscop van Utrecht, alse langhe als ’t orloghe gheduyrt, dat nu is tuysken deze voerseyde heren.” i)

lets dergelijks zocht ook de list te verkrijgen bij Gijsebrecht heer van IJsselstein. Maar deze had andere begrippen van eer en trouwe, dan de »ridders ende cnapen” op St Jansdag hadden doen blijken. Zijn antwoord luidde:

dat hi altoes

Sijn huus niet mmen zoude

Ende hi sinen rechten here woude

Altoes wesen trouwe gheme.

Den grave staet ’s nu t’onheme:

Rumed’ic ’t huus, dat ware scande:

Ja iie beu ic marscalc van den lande

Van ’s bisscops weghen mijns heren ?

Jc ne mocht niet doen met eren.

Verganghe mi als ’t mach vergaen.” 2)

Toen drong ’s graven krijgsmacht zich samen om IJsselstein, ten einde met geweld af te dwingen, wat op verzoek was geweigerd, ’t Huis werd hevig aangevallen, doch moedig verdedigd. Heer Gisebrecht zelf werd in eene hinderlaag gevangen, doch Beerte van Ark el zijn kloeke gade

» was so stout

Dat sij ’t om geenre bande gout.

Haer huus, op wilde geven. (VI v. 175—7.)

Tot omstreeks Juli van het volgend jaar 1299 hield de heldin tegen alle geweld zich staande: toen moest zij door hongersnood gedwongen zich overgeven, wijl tevens geen ontzet van de zijde des bisschops meer

1) V. d. Bergh, II uo. 1040.

2) Stoke, boek VI vers 124—133.

Sluiten