Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

’k Vermoed hier eene navolging van hetgeen aan Hollands zijde met de kapellanien was geschied: de Stichtsche leenmannen zullen hunne beurs hebben geopend en de stad, wier banier zij hadden gevolgd, zal de dingen hebben geregeld. Zoo kon ook het stadsbestuur in 1350 als voogd optreden en, toegevende aan de geuite wenschen van het Utrechtsche Domkapittel, goedkeuren, »dat si biscops Willams beganghenisse ende memorie van deser tijt voert meer in eiken jare des anderen daghs van der maent, die men heyt Julius, des avonts ter vigiliën ende des naesten daghes daerna ter zielmissen doen sellen in hoere kercken voerseit, mit sulcken solenniteyt alse daertoe behoort.” i)

Aan den eisch onder f. zal de stad Utrecht zijn te gemoet gekomen door zich te belasten met een milde brooduitdeeling op den sterfdag van den kerkvorst: ik bedoel de uitdeeling der schuddekorfs-brooden, welke straks hunnen naam schonken aan den Schuddekorfsdaer, 4 Juli. 2)

De vervulling van den eisch onder g zal de bisschep en zijn bisdom hebben aanvaard; want we vinden een deel dier schulden reeds betaald in 1311 door bisschep Gui van Avenues, en de rest werd voldaan in 1354 door bisscop Jan van Arkel.

Den eisch onder c zal Hollands graaf op zich hebben genomen, zonder evenwel daaraan te voldoen voor het jaar 1317. De begrafenis van Willems opvolger Gui van Avennes zal den stoot hebben gegeven tot de eindelijke vervulling van dien plicht der eere.

1; Matthaei, V bl. 343.

2| Zie bijlage E.

3) BuUarium Trajectense, no 432 en Appendix 110 i

V. Mieris, Charterboek, II bl. 330—i.

Sluiten