Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te worden. Doch een wettige reden deed ook in den ouden tijd van dien regel afwijken, en om een wettige reden, moest zij hier van plaats verwisselen met den toren, welks parterre een portaal zou worden voor kerkbezoekers, de St. Catr.-steeg doorkomende.

Volgens ’t gevoelen van Mgr. Van Heukelum, moest die toren niet te veel pretensie en aan den gevel vooral geen neerdrukkende concurrentie maken ; licht en rank, de bovenverdiepingen in ’t achtkant over gaande, bekroond niet met een rechtlijnigen stoer en helm, maar met een spitsje in de speelsche vormen der laatste gothiek, zou hij den indruk maken van een min of meer zelfstandig bijvoegsel, gelijk een Italiaansche campanile.

Een reeds genoemd hoofdvereischte bij den nieuwen bouw, de traptoren, eischte bijzonder overleg: noch de gegeven fundamenten, noch de beperkte ruimte veroorloofden de gewone plaatsing buiten en naast den toren; hij moest in ’t voorfront komen en naar binnen gebracht worden in ’t genoemde torenportaal, van waaruit hij te beklimmen is.

De doopkapel werd eenvoudig en zonder contreforten, waarvoor plaats en fundamenten ontbraken, opgetrokken; in den achtersten zijhoek werd gelegenheid gevonden voor nog een klein traptorentje, toegang verleenende tot het dak der zuidelijke zijbeuk.

De doopkapel, wier vensters meteen de laatste tot nog toe donkere panden dier zijbeuk verlichten, is van de kerk gescheiden door een ijzeren hekwerk en door dubbele deuren met het portaal verbonden. Zij moet tevens dienst doen als wachtkamer voor de Eerw. Geestelijkheid, als bij hooge feesten Z. D. H. door het hoofdportaal zijn Kathedraal binnentreedt

ARCHIEF XXVII.

5

Sluiten