Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bischop to Hildesem bekennen in dussen sulven breve, dat dusse verben, keep myt unsen willen, witschop unde vulborde ghescheen unde ghehandelt is, unde wat uns des van unser kerken weghen an den verben, guden unde tegheden andrepende is, dat wille wi unde unse nakomelinge den benempten heren te Wittenberch ane insaghen gensliken wel helden. Te er kunde hebbe wij unse ingheseghel witliken te vern an dussen breef ghehangen heten. Na Gedes berd dusend veerhundert jar, darna in deme vijf unde druttigsten jar, an Sunte Laurencius daghe, des hilghen martyrs.

Ter keerzijde: slittere de dedmis in Zorzerum. j- Emptio decimarum in Sorssem.”

N.B. De beide zegels zijn verdwenen.

B.

Het klooster Schwabenheim of Pfaffer—Schwabenheim »Domus B. Mariae Virginis” in het bisdom Mainz werd gesticht door graaf Eberhard en diens gemalin Hadwig. Reeds in 1125 komt zekere Herman als proost van Schwabenheim voor. Adelbert I, aartsbisschop van Mainz, voerde in 1130 in dit klooster den regel van den H. Augustinus in, terwijl een priester uit hun midden ook als parochie-priestcr moest optreden. Van graaf Simon van Sponheim ontvingen de broeders in 1240 het patronaatrecht te Hackenheim 1240, van den aartsbisschop Werner van Eppenstein in 1259 de parochieën Nackenheim en Schemesheim, van graaf Johan van Sponheim 200 Keulsche marken, zoodat Schwabenheim een der twee archief XXVII. Y

Sluiten