Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ecclesiam”): juist die tweede kerk, achter de kleine gelegen, was dus de Dom.

Er is dus geene keus: de kleinere, dichter bij de Maartensbrug gelegene kerk, was geen Dom, maar Willibrord’s oudste onaanzienlijke stichting, die als de II- Kruiskapel nog in de late middeleeuwen bekend was. Eene kapel dus, naar onze begrippen, geene kerk. Is dit ook nog te bewijzen? Ik geloof het wel. Al stond de terminologie destijds gewis nog niet vast, zooals nu, in het wezen der zaak onderscheidt zich de kleine kapel blijkbaar reeds in de eeuw van de grootere kerk: in de kerk wordt begraven, in de kapel niet.

Met genoegzame zekerheid meen ik derhalve te mogen vaststellen: toen Bonifacius vermoord werd, bevonden zich op het tegenwoordige Utrechtsche Domplein nog slechts twee kerkelijke gebouwen: de aan St. Salvator gewijde Dom en eene aan St. Maarten (later aan het H., Kruis) gewijde kapel.

Hoe ten noorden van beide gebouwen later door bisschop Balderik een grootschere, aan St. Maarten gewijde Dom gesticht werd, die door Adelbolds energie hersteld en voltooid is, meen ik vroeger waarschijnlijk gemaakt te hebben. Eéne vraag bleef toen echter nog onopgelost: hoe is men ertoe gekomen, om naast dien nieuwen Dom ook den ouden in gebruik te houden ? Ik meen ook op deze vraag thans een antwoord te kunnen geven, dat de zaak wel niet met zekerheid uitmaakt, maar dat toch met waarschijnlijkheid de gezochte oplossing geeft. Het zal de vrome bisschop Ansfrid (994—1008) geweest zijn, wiens pieteit de afbraak van het eerwaardige heiligdom niet gedoogd heeft.

Eenieder kent de oorkonde, waarbij deze kerkvorst een

Sluiten