is toegevoegd aan uw favorieten.

Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht; bijdragen, 1901, 1901

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

landgoed in het graafschap Ryen schenkt »ad ecclesiam sancte Marie semper Virginis sanctique Martini in Trajecto, ad restaurandum ibidem Dei servicium.” Toen ik deze oorkonde in mijn Oudste carttilarium van het sticht Utrecht (p. 73) uitgaf, meende ik aan eene schrijffout te moeten gelooven en liet dus drukken, dat de gift gedaan was »aan de kerken van St. Maria en St. Maarten te Utrecht.” Maar nog af gezien van het feit, dat de oorkonde duidelijk spreekt van eene gift aan ééne kerk, die gewijd is aan St. Maria en St. Maarten, bleef het mij toch bevreemden, dat het stuk den aan St. Maarten ge wijden Dom zou genoemd hebben na de kerk van de H. Maagd (de oude St. Salvatorskerk), die naast den Dom toch slechts op de tweede plaats aanspraak mocht maken. Zéér was ik dus verrast, toen ik onlangs opmerkte, dat in het bekende Liber catenatus van St. Salvator het opschrift der oorkonde aldus luidde: »Traditio bonorum in comitatu Ryen facta per Ansfridum episcopum ecclesie sancti Martini et beate Marie, nunc consecratc in honorc sancti Salvatoris.”

Zóo verklaard, zou de oorkonde eene nieuwe beteekenis krijgen. De »restauracio servicii Dei” in de St. Salvatorskerk zal omstreeks het jaar 1000 inderdaad dringend noodig geweest zijn, indien men aanneemt, dat haar kapittel kort geleden naar den nieuwen Dom verhuisd was. En al weet ik wel, dat het woord restaurare in middeleeuwsch Latijn dikwijls gebruikt wordt voor mstaurare (versterken), toch blijft het waar, dat de meest voor de hand liggende beteekenis van het woord herstellen is. Als ik dus meen te mogen aannemen, dat Ansfrid’s gift gedaan is »ad restaurandum Dei servicium ibidem,” d. i. in de kerk van St. Salvator,