is toegevoegd aan uw favorieten.

Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht; bijdragen, 1902, 1902

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedoelde, waar hij schreef; »ïe Tiel en te Bommel «resideert niemand, maar lüt Den Bosch komt men »soms den Tielenaars ter hulp.« Later plachten priesters uit Utrecht zich naar Tiel en omstreken te begeven, tot het jaar 1632, toen de regulieren hulp verleenden, i)

Door de verovering van ’s-Hertogenbosch in 1629 werden de aldaar gevestigde Dominicanen verstrooid, en trokken eenigen hunner naar Maas-en-Waal en de Betuwe, om de hier en daar verspreide Katholieken in hun geloof te versterken. Bij nacht en ontijden zwierven zij vermomd door de Tielerwaard, terwijl zij alle omzichtigheid en list aanwendden om het scherpziend oog der poortwachters te verschalken en binnen de stadsmuren te dringen.

Als een der voornaamste pioniers ontmoeten wij daar pater Petrus Bersius of van Beerse. In 1630 vroeg hij toestemming van zijn Provinciaal om zich naar Tiel en omstreken te mogen begeven; in 1631 verwierf hij de apostolische volmacht om de parochialia uit te oefenen, en vestigde zich sinds dien tijd binnen Tiel. 2) Met recht kan men hem beschouwen als den grondlegger der Dominicaner Statie te Tiel.

P. PETRUS BERSIUS. (1631 1643.)

Op 22-jarigen leeftijd had P. Bersius in 1594 te ’s-Hertogenbosch het kloosterleven omhelsd. Om de achting, die hij bij zijn ordebroeders genoot, kozen zij

1) lii tle Descriptio Status vau het jaar 1638 leest men: Ad oppidum vero Tilense et loca vicina usque ad anuum Domiui 1632 excurrere solebaiit sacerdotes Ultrajectiui, uuuc autem duo Domiuicani et in agro vicino duo de Societate Jesu laborant.«

Diarium Ophovii, 1630 29 Dec. 1631 i Juli.