Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

P. JOANNES VAN DE WIEL. (1643-1654).

Op den leeftijd van 18 jaren trad hij in 1627 in het Dominicanerklooster te ’s-Hertogenbosch. Tijdens de omzwervingen der paters van genoemd klooster, dat is, van 1629 tot 1652, toen zij zich voor goed binnen Mechelen vestigden, nam hij eenigen tijd het ambt van supprior waar. Bij zijn komst te Tiel waren de Katholieken aan allerlei knevelarijen blootgesteld. Alles wat aan het katholieke voorgeslacht kon herinneren, werd stelselmatig door het drijven van dweepzieke predikanten en Calvinisten weggeruimd. Dat de ruwe vasten-avondpret werd afgeschaft: «Daarbij is «verboden het trekken van ganzen en het werpen «met knuppels van dezelve op Vasten-avonddagen, «mitsgaders het dansen, vermommen, krijten en roepen «op en over de straten en het schieten naar de kloot, «op poene van 6 Fransche behoeft men niet te betreuren, maar de goede Sinterklaas moest het zelfs ontgelden: «Alsmede het brengen van «schoenen enz. door kinderen bij dezelver Eamiliën «op St. Nicolaasavond, en den bakkers gelast daartoe «geene waren voor te zetten.*

Door het uitsterven der kloosterlingen kwamen de geestelijke goederen achtereenvolgens in handen der stadsregeering; de huizen en erven der opgeheven

nem a Gessel Ultrajectinum. At illis nou quiescentibus nisi Patre potirentur Domiuicano, Gesselius Ultrajecti coustitutus est Pastor ad S. Jacobum, et illic exinde agit deservitor Dominicanus.

Volgens het Batavia Sacra zou P. Bersius zijnen ordebroeder P. Leerse uit de Tielsche statie hebben verdrongen, gelijk deze op zijn beurt den pastoor van Goom deed wijken. Dit verhaal strookt echter niet met de Relatie Missioms die.23 Junii 1643.

Sluiten