Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezetheid was nagekonieii, zoo behartigde hij ook met alle toewijding de geestelijke en lijdelijke belangen zijner parochianen. Reeds bij den aanvang van zijn pastoraat kwam door zijne medewerking eene stichting tot stand, die nietig als zoovele werken der Voorzienigheid, later tot grooten wasdom geraakte: het Liefdegesticht der Eerw. Zusters Dominicanessen. Onder de leiding' van P. Faber hadden in 1838 twee vrome klopjes: Catharina Gebel en Rosa Vos, op Zandwijk zich aan het onderricht van kleine kinderen en de verpleging der zieken toegewijd. Pastoor Lohmeijer ruimde haar een huis in, nabij de kerk, totdat hij in staat was in 1860 een zustershuis te bouwen. Dan, de woning was zoo bekrompen en gebrekkig; de penningen, door bewaar- en naaischool bijeengegaard, waren zoo luttel, dat de zusters in 1865 den bedelstaf opnamen en in België aalmoezen gingen inzamelen. De stichting leidde een kommervol bestaan, maar ontving nieuwe levenskracht door de aansluiting aan de bloeiende Congregatie der Dominicanessen van Voorschoten in 1866.

In 1860 ging een lang gekoesterde wensch van alle Katholieken in vervulling: een nieuwe kerk werd er gebouwd voor circa 34.000 gld. Deze som doet reeds vermoeden, dat hier van een monumentaal gebouw geen sprake kon zijn. Waar, ondanks de beperkte middelen, een bedehuis moest gesticht worden, dat aan ruimte niets te wenschen overliet, moest de bouwmeester alle gedachten aan rijke of kostbare constructie laten varen. Zoo bezat dan eindelijk de parochie van Tiel, die in 1864 2000 lidmaten telde, een Huis Gods, waarin allen zich in het gebed en het 11. Offer vereenigen konden.

Sluiten