Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

et desertas pia donatione obtinuit, atque tot bona et praedia in Tetlingawier, i) quot posset aggeri-

staat, waren versierd met breede Ijanden van tufsteen, varieerende van 20 —3O cM. dikte en met rollagen. Beide dagteekenen van omstreeks 1100 en het gebouw is stellig een der oudste uit de provincie Friesland. De koorsluiting is rond, de overgang tot de vorming van het veelhoekig einddak is gevormd door eene lijst van Bremer steen, waaronder een gebeeldhouwde baksteen.

De kerk is blijkbaar herhaaldelijk gerestaureerd en verbouwd. Zoo b. V. bevinden zich aan de noord- en zuidzijde ingangen in renaissancestijl van kleine Utrechtsche steen, met blokken en banden van zandsteen. De sluitsteen der boog vertoont een engelenkopje. De galmgaten in den toren zijn gevuld door eene kolom van Bremer zandsteen, waarop de boogjes rusten. De voet dier kolommetjes is ingemetseld. Het bovenste gedeelte van den toren is klaarblijkelijk van lateren tijd, omstreeks 1450. Dit gedeelte is uit gele steen gemetseld, groot + 9 X 28 X H- c'.m. Merkwaardig zijn hier de nog bestaande nissen met vlechtwerk in kleuren en het boogfries aan de oostzijde. De krulstukkcn en het dekstuk op de topjes zijn uit den baroktijd.

Het gewelf in de kerk is van .spitsboogvorm met verschillende eenvoudige gebeeldhouwde rosetsluitstukken en geprofileerde gewelfschenkels. liet dagteekend uit de isde eeuw.

In de kerk zijn nog zeer merkwaardige oude grafzerken uit de 16de eeuw voorhanden.

1) Tetlingawier vinden wij vermofdelijk terug in de Thetingastatc 10 minuten ten noordoosten van Wieuwerd, 15 minuten ten zuidwesten van Schillaard, tusschen de dorpen I.utkcwicrum en Oosterwierum. Tijdens de twisten der Schieringers en Vetkoopers verloor Oldeklooster een uithof te Wieruni (zie (‘ap. XXII). Zeer waarschijnlijk is dit Wierum en Tetlingawier een en hetzelfde. In de omstreken van I.utkewierum en Oosterwierum bezat Oldeklooster nog in het jaar 1572 vele landerijen.

De state Thctinga was in de 15de en i6de eeuw in het bezit van het adellijk geslacht Walta. In de 17de eeuw behoorde zij aan de Labadisten. (Zie: Vrije Fries, deel VI, p.216v.) Nainhet bezit van H. W. baron van ."lylva geweest te zijn, die ze gekocht had van graaf Maurits van Nassau, werd ze na diens overlijden in 1733 door zijne erfgenamen gesloopt en in eene gewone boerenplaats veranderd. (Vergl.: Van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek.)

Sluiten