Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Floridi-Campi, qui ct ipsa praedia pro salute animae suae ad hoe legarat, ut ibidem omni tempore esset monastorium sanctarum virginum perpetuo Deo servientium. Istius revmrendi abbatis tempore fundatum est templum Floridi-Campi a reverendissimo domino

fundavit doniinus Dodo, quartus abbas Floridi-Campi moiiasterium ordiiiis Cistercieiisis saiictimonialium dictum Aula Dei vulgo Nyecloester, adducens ibidem moniales de Sioii. Fundatum est autem monastorium Aula Dei in possessionibus fratris Ulbodi convers!, professi iii Florido Campo, qui illa praedia pro animae suae salute ad hoe douaverat, ut ibidem omni tempore coiisisteret monasterium sacrarum virginum Deo perpetuo servientium. Obiit autem ipse Ulbodus fundator monasterii Aula Dei quinto Kalendas Septembris (28 Augustus), ibidetu sepultus.» Vergl. ook; Winsemius, Chronique, p. 165b.

Het is opmerkelijk dat nóch onze kroniek nóch Worp van Thabor den familienaam van den convers Ulbodus vermelden, te meer daar deze een vermogend eii misschien ook een invloedrijk man was. Uit een MS. behelzende de levensgeschiedenis van den vermaarden Jezuiet P. Auskc Bocces Bruinsma en waarin diens vader »Bocco Stephen, pronepos illustris viri Reineri Boccenia equitis» den stichter van het in 1410 gebouwde klooster ïhabor, genoemd wordt, lezen wij verder: »Aliud monasterium non longe a Sneca prope Enisum a majoribus Boccatii fundatum constat.« Het hier bedoelde klooster is het »coenobium monialium Aula Dei vulgo Nieukloesteri en de stichter er van Ulbodus, dus zeer waarschijnlijk een bloedverwant van Reinier Boccenia, wiens eigenlijke familienaam Donia was. De Donia's zouden dus indien mijne gissing juist is niet alleen de stichters zijn van de kloosters Lidlum en Thabor, maar ook van Nieuweklooster. Tot staving van mijne veronderstelling kan ik nog aanvoeren, dat de Donia’s, de heerschappen van Sneek, hunne goederen hoofdzakelijk in de grietenij Wijmbritseradeel hadden. Vergl. over de familie Douia Sibrandus Deo, De Kroniek van LiiUum in : Matthaeus, Analecta, lil, p. 541. Het Stamboek van den Frieschcn Adel. Nieuwe Friesche Voiks-Almanak, 1856 p. i —l3 en (\e Friesche Volks-Ahnanak, 1841 p. 141 vv.

Bovenstaande genealogische mededeeliug over P. Bruinsma, dank ik aan Pater W. \-an Nieuwenhoff S. J. te ’s Gravenhage.

Sluiten