Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gravatum debitis, et omnibus paene exbaustum et evacuatum rebus iiecessariis. Apud monachos etiam non viguit regularis disciplina; ipse tamen venerabilis abbas, vir industrius, Heet multo labore, conversorum effrenentem Hbertatem perdomuit, et debitis paulatim solutis, 1) de necessariis coenobio solerter providit;

lukte echter deze aanslag. AUeeu slaagden de aanvallers erin twee huizen, die dicht bij de kloosterpoort stonden, in asch te leggen en twee conversen van Oldeklooster gevangen te nemen, d'e zij aan een boom op het kerkhof van kudingakerk ophingen.

Winsemius (p. 244) legt er den nadruk op, dat deze roekeloosheden door de conversen der beide k'oosters bedreven werden; de jongere en in kerkelijke zaken minder betrouwbare Schotanus daarentegen schrijft (p. 254) ze eenvoudig op rekening der monniken van beide abdijen. VeimoedeHjk kende hij het verschil tusschen monnik en convers niet. Winsemius verhaalt verder, dat de beide abten, die hij vreedzame en godvruchtige mannen noemt, door deze gebeurtenissen zeer bedroefd waren en op alle manieren getracht hebben de tuchtelooze conversen tot de vroegere discipline en tucht te brengen. Deze bemoeiingen der abten om hunne kloosters te hervormen, zouden echter »door den dulheydt en de rasemye der selver conversen« geheel vruchteloos geweest zijn. Dit is echter eene vergissing. Want reeds in 1428 werd Ludingakerk door de congregatie van Windesheim grondig hervormd (vergl. Chron. Windeshetnense p. 403) en door de opname in die congregatie aan het conversenstelsel aldaar een einde gemaakt; en ook te Oldeklooster werd omstreeks dezen tijd door de energie, het beleid en de volharding van abt Dodo de hervorming ingevoerd en werden de conversen afgeschaft.

Schotanus vermeldt nog, dat bovenvermelde gebeurtenissen eene »aenporiinge tot haestinge* van den vrede tusschen de Schieringers en Vetkoopers zouden geweest zijn. Deze vrede kwam echter reeds den 14 September 1420 te Leeuwarden tot stand, dus ruim anderhalve maand vroeger dan de nachtelijke bestorming van Oldeklooster door de conversen van Ludingakerk. Chartb. I, p. 416. Vergl. ook-: Sminia, Schieringers en p. 102. F, Sjoerds. Jaarb. IV, 419.

1) Volgens eene aanteekening van den heer Bruinsma in zijne handschriftelijke nalatenschap (Provinciale Bibliotheek te Leaiviarden) zou abt Dodo genoodzaakt geweest zijn verschillende uithoven te

Sluiten