Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vocati sunt Groninga fratres laici, qui dicebantur Lirepipendarii, d) cum confessore suo fratre Tlieodorico Enchusano, et liis substituti; quorum primus appellabatur Klaes, b) secundus Heyn, c) tertius Dirk, d) caeterique dein subsecuti sunt. Hujus etiam abbatis tempore bona tam mobilia quam immobilia Floridi-Campi i)

lIS. I'.G. a) Liripipendarii. b) Claes. c) Heijn. d) Dirck. Zeker is het, dat dit plaats had met den uithof Oegeklooster bij Bolsward (zie p. 170 noot l), die volgens de van aht 'lhomas (Rijksarchief te Leeuwarden) 150—160 pondeniaten groot was. Bij acte van 12 September 1411 verklaren namelijk abt Dodo, Alardus, prior van Thabor en Wilhelmus, prior van Sint Agnietenberg bij Zwolle, dat de pastoor van Bolsward, Tako, en de vicarissen dier kerk, Synedns en Ayloffus, met pater Ludolphns en de zusters van de Derde orde van Sint Franciscns, thans bij Sneek wonende, eene overeenkomst gemaakt hebben, waarbij de pastoor en de vicarissen afstand doen van alle pastorale rechten op de kapel »Oga doester»., toebehoorer.de aan de abdij (ddeklooster (maar die thans verhuurd is aan genoemde zusters op nader omschreven voorwaarden). Deze overeenkomst werd den 2 April 1419 door bisschop Frederik van Blankenheim door een transfixbrief bekrachtigd. Zie de Bijlagen VIII en XI.

Het huurcontract echter, tusschen abt Dodo en zijn convent ter eene, en Ludolphns en de zusters ter andere zijde, waarbij de »grangia in Ogoclanstro* tegen eene jaarlijksche huur van 36 schilden voor den tijd van vijftig jaar aan de laatsten w'Ordt afgestaan, werd eerst den i Mei 1412 opgemaakt en den 15 Augustus vau dit jaar door Thadeus, abt van Klaarkamp en Boyngh, abt van Menterna, «visitatores, correctores et reforniatores ordiuis in Frisia» goedgekeurd en bevestigd. Dit contract werd den 27. Maart 1469 door abt Matthias en Johaunes, prior van Thabor, hernieuwd en op denzelfden dag door Bernardus, abt vau Klaarkamp, bevestigd. (Vergl. Bijlage IX). Gelijk uit de rekeningen van abt Thomas blijkt, bleven de zusters in het bezit van hun klooster tot in het jaar 1580.

-1) Oldeklooster had in het jaar 15 bezittingen onder Cornjnni (Beneficiaalboek, p. 92 en 93); onder Britsum (Benejiciaalb. p. 94); onder Makknm (Benejiciaalb. p. 294; de zathe Vogelenzang fßeneficiaalb. p. 363); onder Lutkewierum (Beneficiaalb. p. 396 en 397);

Sluiten