Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

68

trouwens de vijfde versie van een in 1885 voor het eerst geschilderd onderwerp.

Van de schilderijen er zijn er vijf-en-zestig vestig ik nog de aandacht op „Span paarden in dé sneeuw" (cat. no. 49); „De Bruiloft van den Bohémien" (no. 53); „Paarden voor den ploeg" (54); „Dokter Dedichen en zijn patiënt" (55), een psychologisch prachtig getroffen „dubbelportret".

Ten slotte wijs ik nog op de als kompositie uiterst belangrijke en interessante schilderij „Dame op sofa", op de prachtige „Hondensnuit" (no. 60) en op „Drie meisjes op een brug". De eveneens zeer belangrijke collectie grafisch werk moet ik tot eene volgende (en laatste) bespreking uitstellen.

N. H. Wolf

Tentoonstelling Dirk Homberg.

Oost en West, Victoria-H6tel; Amsterdam.

Onlangs is in het tentoonstellingszaaltje van hét Gebouw Heystee aan de Heerengracht eene tentoonstelling gehouden van schilder- en etswerk van Dirk Homberg en van borduur- en batikwerk zijner echtgenoote, de sierkunstenares N i t a Homb er g-H an n e m a. Een samenloop van omstandigheden was oorzaak dat wij deze tentoonstelling toen niet konden bezoeken; maar dank zij de vereeniging „Oost en West", kunnen wij nu toch van het werk dezer beide kunstenaars genieten. In haar tentoonstellingszaal in het Victoria-Hötel heeft zij eene verzameling schilderijen en etsen, en ook een enkele litho, van den schilder samengebracht, waarnevens van mevrouw Homberg enkele fraaie gebatikte doeken zijn opgehangen, die alleszins een denkbeeld geven van hun beider talent, ofschoon de fraaie dekoratieve geborduurde schilderijen der sierkunstenares ontbreken. Want deze vallen buiten het kader der vereeniging „Oost en West", die als wij ons niet vergissen zich uitsluitend met „Indische" zaken bezighoudt. En daar vallen de borduurschilderijen van mevrouw Homberg buiten. Doch ter zake. Dirk Homberg exposeert in totaal vijf? en-veertig werken, waarvan de messte tot de grafische kunst behooren. Van zijne schilderijen is het voornaamste: het zeer geslaagde portret van een rijken Chinees, dat ik reeds elders op eene tentoonstelling (in Sint-Lucas?) zag en waarover ik destijds zeer waardeerend schreef. Ook in deze omgeving komt het werk góed tot zijn recht.

Verder zijn er een aantal aquarellen en pastels. Men kan bij deze zeer goed zien, welke Homberg in opdracht, en welke hij voor zijn eigen plezier maakte. Niet dat de damesportretten, die hier zijn, van minder talent getuigen, van gebrek aan tech¬

niek of van onkunde, integendeel: Homberg kent de schilderkunst ook als vak door en door, en hij weet precies wat hij er van kan maken en wat hij ermede kan doen. Zelfs getuigt zijn techniek van een vlotheid, die in sommige werken zelfs tot „gemakkelijkheid" overgaat; maar een jonge vrouw, die een portret Iaat schilderen (of teekenen), wil graag wat geflatteerd worden; wil haar portret „zoo mooi mogelijk" hebben. En aan dezen wensch geeft H o info er g vaak wat al te zeer toe. Oók bij de kinderportretten. Zij zijn te mooi, te glad, te salon-achtig, terwijl een werk als „Blinde bedelaar" (no. 1 en no. 6), en „Melaatsche bedelaar" (no. 16), en óók het portret van den Chinees (die waarschijnlijk geen eischen stelde van „geflatteerd" en „glad" geschilderd te worden) van heel andere allure zijn. Dit neemt niet weg dat zoo'n damesportret (en zoo'n kinderportret) wellicht tot in de perfectie zal gelijken, maar als kunstwerk geldt het minder dan wanneer de opdrachtgeefster den kunstenaar geheel de vrije hand zou hebben gelaten!

Waf Dirk Homberg kan, ziet men vooral aan zijne etsen; waaronder er zijn die technisch en artistiek ware juweeltjes zijn. Als eenige der fraaiste en meest opvallende noem ik die van de „Kali Besar" te Batavia, van de K.P.M.-haven, de Pasar op Midden-Java, de Pentoe Ketjil, en vooral de Ploegende Karbouwen (waarvan nevensgaande foto). Dit zijn alle etsen van groot formaat, die dus ook technisch zeer hooge eischen stellen. Maar Homberg is leerling van de ftotterdamsche Akademie, en daar waren Oldewelt en Van Maasdijk zijn (knappe!) leermeesters.

Homberg is Rotterdammer van geboorte. In 1923 trok hij met zijne echtgenoote voor eenige jaren naar Amerika, waar hij veel portretten teekende en schilderde van rijke Amerikanen. Na enkele jaren ging hij weer naar Nederland terug, om vervolgens eenigen tijd bij familie in Nederlandsch-Indië (te Weltevreden) door te brengen. Ook van hier komt hij weer naar het moederland terug, woont eenige jaren in het Gooi, daarna in Noordwijk, — en teekent en schildert portretten en etst. En van dezen arbeid toont de huidige tentoonstelling de resultaten. Zijne etsen zijn vrijwel uitsluitend naar Indische onderwerpen: o.a. ook de Boroboedoer, en Kakatoe's een fraaie, lichte, dekoratieve kompositie. Ook zijn er etsen van een Markt, een Steengroeve en van een Straatje te Cairo. Zeer fijn is de ets „Sawah's" en „Padi planten", en niet minder geslaagd zijn de litho's „Pintoe Retjib" en „Oud Semarang". Het totaal van de tentoonstelling maakt een prettigen indruk, en de „kleur" ervan wordt nog verhoogd door enkele fraaie, diep-warm-gekleurde zijden batiks van mevrouw Homberg-

Sluiten