Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1921. — M »«•

700

Den len September 1920 keerde tot den militairen dienst terug de le Luit. der Genie M. T. van Staveren, die belast was met de uitvoering van den bouw. Zijn diensten als zoodanig werden door bet College van directeuren zeer gewaardeerd. In zijn plaats trad H. Buus, behoorende tot het uit Nederland medegenomen personeel voor het teeken bureau.

Kol. V. L. Slors, leider van den bouw der T.H. en secretaris van het College van curatoren, verzocht 30 Maart 1921 wegens drukke werkzaamheden te worden ontheven van eerstgenoemde functiën. Aan dit verzoek is door den Raad van Beheer gevolg gegeven; het College van directeuren nam voorloopig de leiding verder zelf in handen, terwijl prof. ir. Schoemaker zich bereid verklaarde zonder honorarium het toezicht op zich te nemen. Kol. Slors blijft, op verzoek van curatoren, secretaris van hun college. De Vereeniging is aan kol. Slors als leider van den bouw grooten dank schuldig.

In Indië werden benoemd een ambtenaar voor Administratie en Bibliotheek een pedel-concierge en de noodigeinlandsche bedienden. De pedelstaf is vervaardigd van Javaansch palissanderhout, geschenk van den Directeur van Landbouw. De zilveren knop werd geschonken door mevrouw Klopper.

Een voorzittershamer met zilver beslag werd ten geschenke ontvangen van mevrouw Houtsma, tijdens haar echtgenoot lid was van het College van directeuren.

Van J. Sibinga Mulder, directeur van Landbouw, Nijverheid en Handel, werd, ter gelegenheid van de opening der Technische Hoogeschool, f 1000 ontvangen als eerste bijdrage aan een prijsvragenfonds, daarin later gevolgd door K. A. R. Bosscha, K. W. Han en wijlen J. P. Hülswit. In verband met de door hen geschonken bedragen werden Sibinga Mulder en Han benoemd tot lid der Vereeniging. Bij de samenstelling van het Statuut van het Fonds, dat beheerd wordt door directeuren, werd rekening gehouden met enkele door Sibinga Mulder gestelde voorwaarden. Er zullen eerst prijsvragen worden uitgeschreven als de Bandoengsche studenten kunnen mededingen.

Door een aan den Gouverneur-Generaal gerichten brief van directeuren d.d. 20 April 1920 en het daarop bekomen antwoord van 25 Juni d. a. v. werd de positie der buitengewone hoogleeraren geregeld, wat salarieering en pensionneering betreft. Het salaris van de gewone hoogleeraren, dat weldra bleek te klein te zijn aangenomen, maakte, in verband met een nieuwe salarisregeling van Indische ambtenaren, welke in bewerking is, een onderwerp van correspondentie uit met de Indische Regeering en het opperbestuur. Het subsidie der Regeering aan de Hoogeschool wordt voorloopig berekend naar den toeslag, die in afwachting van de salarisregeling aan de ambtenaren is toegekend.

Van de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen werden boekwerken ten geschenke ontvangen voor de bibliotheek der T. H, zoo mede van Teyler's Stichting de uitgaven, die passen in het kader eener instelling van hooger technisch onderwijs. Verschillende particulieren schonken waardevolle bijdragen aan de Bibliotheek der T. H. De boekenverzameling Hazewinkel, indertijd op advies van dr. Prinsen Geerligs hier te lande aangekocht, werd naar Bandoeng overgebracht.

De studenten der T. H. richtten een Studentencorps op; als bewijs van instemming hiermede werd door den Raad van Beheer f 1000 geschonken voor de inrichting van het clublokaal. Teneinde in de huisvesting der studenten verbetering te brengen, vormde zich een comité, bestaande uit: den Resident; den Regent; R. A. Kerkhoven; de hoogleeraren Klopper, Clay en Boomstra; den president van het Studentencorps, met het doel een internaat in hotelvorm te stichten, waaraan subsidieering door het Gouvernement in uitzicht is gesteld. De Raad van Beheer heeft garantie door de Vereeniging toegezegd van rente en aflossing van door hypotheek te verkrijgen gelden, tot de helft van de totale bouwkosten van het hotel.

De instelling van een tweede faculteit, waarvoor naar het oordeel van het College van directeuren die der scheikundige technologie het eerst in aanmerking zou komen, maakte een onderwerp van gedachtenwisseling met dat college uit. Nader gevraagde gegevens en de uitslag van het ter zake noodig geachte overleg met de Indische regeering zijn nog niet ontvangen.

Een opleiding voor akte Wiskunde Ki, die onderwijsbevoegdheid ook in Nederland geeft, en een opleiding voor instrumentmakers en glasblazers kwam, naar wij vertrouwen, tot stand.

De kosten der eerstgenoemde, die onder leiding staat van den hoogleeraar dr. Boomstra, komen ten laste van het land. De laatstgenoemde is geheel in handen van een daartoe opgerichte vereeniging, die de kosten draagt. Het Gouvernement stelde beurzen in voor de opleiding van minder vermogenden. De instrumentmaker en de glasblazer van ons Instituut gingen in dienst dezer Vereeniging over, maar blijven den tot nu van hen geëischten arbeid in dienst van onze Vereeniging verrichten. In wording is een opleiding voor ijkers ten laste van het land en onderhandeld wordt over opleiding van telegraaf- en telefoon-ingenieurs.

Evenals elders laat zich ook te Bandoeng de woningnood gevoelen. Bouw van woningen door de Vereeniging komt daaraan tegemoet. Na overleg tusschen het College van directeuren en den Raad van Beheer is door eerstgenoemd College een reglement voor het woningbedrijf vastgesteld. De gelden voor den bouw worden gedeeltelijk verkregen uit hypotheek van het Weduwen- en Weezenfonds der Burgerlijke Europeesche Ambtenaren in Ned.-Indië op die woningen. Door het Bestuur werd goedgekeurd, dat de Raad van Beheer notarieele volmacht zou verleenen aan het College van directeuren om goederen der Vereeniging te bezwaren.

Ruil van terrein met de gemeente Bandoeng had op verzoek der gemeente plaats. Gaarne werd van de gelegenheid gebruik gemaakt der gemeente van dienst te zijn. Aan het Comité tot verzorging van huisvesting voor studenten (het Hótelcomité) werd tegen verrekening terrein afgestaan voor den bouw en latere uitbreiding van het hotel, dat aanvankelijk op ff; 50 kamers wordt berekend.

Het Reglement voor de T. H, zooals het werd vastgesteld in de Algemeene Vergadering van 29 December 1919, is nog bij de Indische Regeering in behandeling.

Een Huishoudelijk Reglement voor het College van curatoren werd door den Raad van Beheer vastgesteld, aan den Gouv.-Generaal gezonden ter goedkeuring en terug ontvangen zonder wijziging.

Bij Besluit van den Gouverneur-Generaal van 11 April 1921 (Staatsblad van N.-I. No. 218) werd een ordonnantie vastgesteld tot regeling van de betrekking tusschen het Land en de door het Kon. Inst. voor H. T. O. in N.-I. gestichte Hoogeschool.

De begrootingen voor 1921 en 1922 werden ontvangen en de eerste werd door de Indische regeering goedgekeurd, onder voorbehoud dat voor de bezoldigingen als grondslag voor de subsidieberekening slechts kan gelden de bestaande wedderegeling, vermeerderd met den hierboven reeds genoemden duurtetoeslag. Niet onmogelijk zal de begrooting voor 1922 hetzelfde voorbehoud worden gemaakt. De Raad van Beheer heeft in afwachtidg van de definitive wedderegeling aan de hoogleeraren boven de salarissen van f 1000—f 1500 toeslagen toegekend van f200—f300.

Volgens de laatst ontvangen opgaven waren op den lsten April 1921 gereed of nagenoeg gereed de Voorhof, het Oostelijk en Westelijk frontgebouw (de gebouwen A. en B.), het Natuurkundecomplex uit 3 gebouwen bestaande, de woningen van prof. Klopper, prof. Clay en prof. Boomstra ; waren de woningen van prof. ScHoemakee en prof. De Vos onderhanden, en de wegen, verbindingsgangen en beplantingen naar wensch gevorderd.

Het College van directeuren werd gemachtigd gebouw B aan den Dienst van B. O. W. te verhuren en een overeenkomst aan te gaan met den Dienst van Waterkracht en Electriciteit, vergunnen om de op het terrein der T. H. een laboratorium te bouwen en in te richten tot controle van de bij den dienst gebruikte waterafvoermeetwerktuigen. De gemeente keurde goed, dat onzerzijds terrein voor dat doel beschikbaar werd gesteld. De studenten zullen niet alleen de proefnemingen mogen bijwonen, maar er daadwerkelijk aan deelnemen. Het gebouw is in uitvoering.

Den 1ste jaardag der Hoogeschool werd feestelijk herdacht op Zaterdag 2 Juli aan een maaltijd, waar curatoren en directeuren aanzaten. Telegrammen van gelukwensen werden dien dag gewisseld. Een der telegrammen uit Bandoeng meldde dat de nieuwe cursus met 28 le jaarsstudenten aanvangt. In den loop van het jaar vielen 4 studenten af, 20 slaagden voor hun overgangs-examen, terwijl 2 aan een bijzonder examen moesten worden onderworpen. Verwacht wordt dat ook deze zullen slagen en er dus 22 2e jaars zullen zijn.

Bij voortduring blijkt uit de Indische berichten, dat van-

Sluiten