Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN BIJDRAGE TOT DE GESCHIEDENIS DER DUITSCHE ROMANTIEK.'

Reeds in den vroolijken lentetijd der klassieke litteratuur had de overmacht der kritiek de vrije, natuurlijke ontwikkeling en den groei der verdichting dikwijls belemmerd. Nog heden, nadat Duitschland zeventig jaren lang de proef had genomen met alle mogelijke kunststijlen en met nog veel meer aesthetische theorieën, bleek 't, hoe het artistieke scheppingsvermogen verkwijnde onder het vergoden van geleerdheid en wetenschap. Geen tak der verdichting leed daaronder meer dan het drama, dat de volksgunst noodig heeft, gelijk de bloem behoefte heeft aan het zonlicht. Goethe wist wel, waarom hij de verwaande woordvoerders der romantiek "smachtende hongerlijders naar het onbereikbare" noemde; hun ontbrak, ondanks hun geestige invallen en grootsche plannen, ten eenenmale de gave der architektoniek, de opbouwende en overtuigende kracht van het scheppend genie. Al maakten zij zich stout het klassieke ideaal te verdringen door een populaire letterkunde, toch bleven hun werken het volk vreemd en het eigendom van een kleinen kring bewonderaars en kenners. Hun was de kunst als 't ware een tooverdrank, die voor de oningewij-

Fragment uit het 2e deel van de "Geschiedenis van Dnitschln; d in de 19e door Heinrich von Treitschke."

Sluiten