Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

62

EEN BIJDRAGE TOT DE GESCHIEDENIS

verschrikte zijn tegenstanders door allerlei vuilheden en grofheden, zoodat Goethe toornig uitriep: "De edele (!) man spert zijn muil slechts op. om anderen af te schrikken hun mud te openen." Eenige jaren lang wist de man, die een door en door prozaïsche natuur was, zich op den geusurpeerden troon te handhaven; en zoo groot was nog de naam, dien de duitsche letterkunde bij de wereld had, dat zelfs buitenlandsche bladen zeer geloovig gewag maakten van de nieuwe dramatische openbaring. Daarna onderging ook de noodlotstragedie het onafwendbaar lot der praalzieke en pronkeri-e nietigheid: het publiek begon zich te vervelen en wendde zich weer tot andere mode's.

Onder het verval der dramatische leed ook de tooneelspelkunst. Hoeveel geestrijke verhandelingen over het tooneel als middel tot opvoeding des volks waren er nu al niet verschenen, en toch had tot heden onder alle duitsche staatslieden alleen Stein deze gedachte in zich opgenomen en daarmt de gevolgtrekking gemaakt, dat de staat zich de zorg voor het tooneel moest aantrekken. Hij stelde bij zijn aftreden het tooneel, evenals de akademie der kunsten, onder de hoede van het departement: Eeredienst en Onderwijs; maar nauwelijks twee jaren later werden ze weer door Hardenberg gebracht tot de kategorie der openbare vermakelijkheden en behalve het hoftheater, aan het opzicht der politie onderworpen. Het ondersteunen der groote tooneelen in de residentiën gold algemeen als een persoonlijke plicht van eer voor den landheer en 't bleek al spoedig, dat deze schouwburgen altijd nog meer hadden te wachten van de mildheid der vorsten, die de kunst lief hadden, dan van de spaarzame burgermansachtige gezindheid der nieuwe landdagen Nauwelijks was het tooneel te Stuttgart tot landstooneel verheven en aan de huishouding van den staat overgedragen of spoedig begonnen de landsstenden over verkwisting te klagen en namen ze reeds na drie jaren met beide handen het voorstel van den koning aan om de kosten van het hoftheater uit zijn civiele lijst te bestrijden. De vorsten zorgden meestal met roemwaardigen ijver voor de uitwendige versiering hunner schouwburgen even zoowel als voor het aanstellen

Sluiten