Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER DUITSCHE ROMANTIEK.

67

kind aangeboren; juist uit het gewoel van het volksleven greep hij die vroolijke figuren, onuitputtelijk was hij in die goedhartige kluchten en die dolle aardigheden, welke den inwoner van Oostenrijk en Opper-Saksen doen uitroepen: "neen, maar dat is al te gek!" en hen toch zoo hartelijk aan het lachen maken.

Maar op den bodem dier uitgelaten, dolle kluchten lag de onder tranen lachende humor van een diep gevoelig gemoed. En hoe krachtig was nog in die onschuldige dagen van den socialen vrede het oude duitsche zedelijk idealisme! Steeds keerde Raimund terug tot de vraag naar het ware levensgeluk, die voor den burger- en minderen man, onder zijn zorgen en moeiten de hoogste van alle zedelijke vragen blijft; en voortdurend, hetzij hij den verkwister of den menschenhater, of den boer als millionnair op de planken brengt, laat hij zijn hoorders voelen, dat alle geluk gelegen is in den vrede der ziel. En de menigte geloofde hem; de oude duitsche volksliederen tot verheerlijking der vroolijke armoede waren nog niet in het vergeetboek geraakt; onder de talrijke navolgers van den bescheiden volksdichter was er geen, die den meester evenaarde. Het volks-blijspel verminderde al ras in gehalte; de pittige ruwheid ontaardde in liederlijkheid, de gemoedelijke scherts in Hauw woordenspel, de kinderlijke eenvoud in platheid. Vrij wat later eerst, in een tijd van bitteren politieken en socialen strijd, is in het Noorden van Duitschland een nieuwe vorm van klucht ontstaan, die ten opzichte van vernuft en scherpte die vroegere onschuldige tooversprookjes even ver overtrof, als zij ten opzichte van humor en dichterlijke gehalte beneden hen stond.

De onverzadelijke leeslust van dien tijd werd een bron van zware verzoekingen voor proza-schrijvers en dichters. Nog nooit waren vroeger zoo'n menigte ijverige pennen in beweging geweest op elk gebied der litteratuur. De katalogus der Leipziger boekhandelaars tegen den tijd der leipziger mis werd een groot boekdeel. In ieder stadje zorgde een leesbibliotheek voor dagelij ksch voedsel ten dienste der lezende wereld. De fatsoenlijke gewoonten van den welvarenden bur-

Sluiten