is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1906 (2e deel) [volgno 1]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN MERKWAARDIG OVERHEIDSPERSOON UIT DEN TIJD VAN CERVANTES.'

Toen Cervantes te Sevilla woonde, was er geen bekender burger van die schoone stad dan Francisco Arias de Bobadilla, graaf van Puno en rostro. Betwijfelt ge dat, lezer? Hoor dan maar, wat (in een der JVovelas Exemplares van Cervantes) zekere muilezeldrijver aan een van zijn kameraden zegt. „Die graaf van Pufio en rostro [d. i. Vuist in 't aangezicht] doet z'n naam eer aan: 't is wezenlijk of er een duiveltje in 'm zit, dat de lui de vuist op 't gezicht zet. Tot mijlen ver in 't rond is hier alles van schurken gezuiverd. Hij is de schrik van alle dieven. En toch zeggen ze, dat de man op stel en sprong staat om uit te rukken, omdat ie zoo gekoejeneerd wordt door de heeren van 't hoogste gerecht."

In weerwil van dien hoogen en welverdienden lof bleef het aan onzen tijd voorbehouden, om in het bezit te komen van een uitvoerig bericht omtrent het leven en streven van dien Spaanschen Rhadamanthus. In het jaar 1873 is er te Sevilla een handschrift ontdekt, bevattende een uitvoerig en authentiek verhaal van de lotgevallen en openbare aangelegenheden dier stad in de jaren 1592—1604. Van den schrijver weten we, dat hij Francisco Ariïïo heette, in Triana, een voorstad van Sevilla, woonde, en een ondergeschikt ambtenaar was. Zijn spelling en stijl verraden weinig be-

1) Naar J. W. Crombie, in de Nineteenth Ceniury van September.