is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1906 (2e deel) [volgno 1]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112

UIT DE STEEN- EN IJSSTREKEN VAN HET NOORDEN.

sterende vlokken zich weldra tot vier of vijf meter hoogte boven wegen en velden, zij omhullen zelfs groote gebouwen tot aan het dak en verbergen de visschershutten geheel en al onder een wit dekkleed. Maar zulk een sneeuwval met dikke vlokken is ondertusschen lang zoo erg niet als een noorsche sneeuwstorm. Zoo als algemeen bekend is wordt in de Sahara het fijne woestijnzand door den wind tot dwarrelende zandheuvels gevormd, die al wat leeft in hun snellen loop verstikken; even zoo draagt de storm in het Noordland, als het bij sterke vorst sneeuwt, de fijne ijskristallen tot heuvels bijeen en rolt ze als hooge golven over den grond. Zij bewegen zich snel genoeg om zelfs een paard met sleede in te halen, en, hoewel dit zelden het geval is, zijn zij toch somtijds hoog genoeg om paard en sleede geheel te begraven; dan vliegen zij niet verder voort, maar houden hun prooi gevangen. Voetgangers worden gemakkelijk door zulke voortijlende sneeuwheuvels omhuld, meestal dadelijk omver geworpen; het is voorgekomen, dat op deze wijze menschen op twintig pas van hun woning, in de sneeuw gestikt zijn. Als de storm raast, kraken niet alleen de planken der schepen op zee, maar ook de huizen en de spiegels en platen, die aan den wand hangen, schudden heen en weer; in de rotskloven op de Lofodden echter kan men van den wind niet zeggen, dat hij huilt; onophoudelijk dondert hij en de naakte, steenen muren kaatsen dien donder tienvoudig terug.

Bij ongunstig weer gebeurt het wel, dat gedurende de gansche campagne, van het midden van Januari tot half April, slechts twintig vischdagen voorkomen, maar gelukkig voor de visschers is dit een uitzondering. Gemiddeld is de opbrengst zeer voldoende; de visschen komen ook geregeld ongeveer in hetzelfde groote aantal terug en schijnen elkander dus niet te waarschuwen. De vangst heeft op drie verschillende wijzen plaats: met het net, met de lijn, en met den hengel. Het net is van boven aan drijvers vasten van onder belast, zoodat het rechtop, als een muur, in het water staat; het wordt neergelaten tot op een diepte, waar men naar gissing den grooten drom der visschen verwacht, en dan zijdelings aan andere netten verbonden, zoodat zij