is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1906 (2e deel) [volgno 1]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

124

DE INSECTENKUNDE IN JAPAN.

en zeker wel de eenige op de geheele wereld. Daarenboven wijzen wij er nogmaals op, dat de stichter dezer akademie gedurende meer dan dertig jaren geen ondersteuning van het rijk genoten noch gevraagd heeft; het noodige geld kwam uitsluitend van het volk zelf, wiens weetlust op elk gebied wij thans wel als algemeen bekend mogen onderstellen. Eerst in den laatsten tijd, toen de inrichting te Gifu reeds een hoogen trap van bloei bereikt had, heeft de japansche regeering haar met een jaarlijksch subsidie begiftigd.

De studenten aan de entomologische akademie van Nawa zijn slechts voor een klein gedeelte jonge lieden; het meerendeel bestaat uit personen van rijperen leeftijd, grondeigenaars, leeraars, privaatpersonen, enz., die uitsluitend uit oprechte belangstelling in dezen tak van wetenschap leerlingen van den meester worden.

De akademie bezit een prachtig entomologisch museum, dat door Nawa en zijn leerlingen bijeen gebracht is en waar men niet alleen de volwassen insecten opgeprikt en gerangschikt vindt, maar ook hun eieren, larven en poppen, de planten, die hun tot voedsel strekken, in het kort alles, wat bij de ontwikkeling en de levenswijze van elke soort te pas komt. Bovendien is er een uitgebreide verzameling, waaruit men alle methoden en alle middelen kan leeren kennen, die bij de bestrijding van schadelijke insecten toepassing vinden. De bestrijding van schadelijke insecten heeft zeker nergens op de wereld een zoodanige volkomenheid bereikt als in Japan.

Tijdens de jaarmarkt te Gifu wordt het museum van Nawa tegen entreegeld voor het publiek open gesteld, en Marlatt was juist in dien tijd daar aanwezig. Hij zag tot zijn niet geringe bewondering, dat de bevolking van het platte land voortdurend bij troepen naar binnen stroomde en met de grootste belangstelling de teekeningen en photogrammen en de gereedschappen tot uitroeiing van schadelijke insecten in oogenschouw nam. Zeker leeren wij hier een karaktertrek van het japansche volk kennen, waaruit wij meer leeren dan uit alle schilderingen van theehuizen, schouwburgen en Boeddhatempels.

Stellen wij ons eens voor, dat iemand in een beschaafd