is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1906 (2e deel) [volgno 1]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER HET LANDSCHAP IN JAPAN.

223

middellijk naar de overzijde gebracht. Honden worden er niet geduld. Geen landontginning; het eiland blijft woest.

Volgens de Sjintö-voorschriften moet Mijajima hare natuur volgen, zonder dat deze door iets verstoord wordt. De lucht is er licht, en geheel geparfumeerd door zee- en boschgeuren. De Sjintö-tempel, diep in een inham gelegen, is een verzameling van helroode, als nieuw geverfde gebouwen. Op palen opgetrokken en van het dorp gescheiden door een greppel, die bij hoog water volloopt, zijn zij omgeven door lantaarns, ex-voto's, reusachtige boomen met zijdeachtigen stam, en kleine stalletjes met afdakjes, waarin de reliquieën uitgestald liggen. Vóór aan de kreek in zee verheft zich de Torn, de houten poort met haar op horens gelij ken d e hoekstukken.

Tegen den onbewegelijken, donkeren achtergrond der cryptorneria's en pijnboomen, die loodrecht naar beneden dalen, teekenen zich roodvlammend de eschdoorns af. Wij zijn de hooge trappen opgestegen; de heilige weg met zijn uiteengeweken plaveisel is met vitrines en oude tempeltjes afgebakend. Sedert meer dan dertig jaren hebben de Sjintóïsten aan de Bouddhisten het beheer van het eiland ontnomen. Overal puinhoopen; de daken staan op het punt van in te storten boven de met mos begroeide Bouddha-beelden. De bedevaartgangers komen hier niet meer: cle houten en steenen goden staan peinzend en mistroostig bij de kleine hoopjes steenen, eertijds door de geloovigen aan hunne voeten opgestapeld. Bij een bocht van den weg zijn drie beelden, op de hurken gezeten. Een hert belikt hun hoofden met zijn lange tong. Het stoot een rauw geluid uit en blaast zijn heeten adem over deze doode goden heen.

Bovengekomen, kan men het geheele bergachtige eiland overzien; de bosschen schijnen zwaar op de effen, nu en dan door windstooten zich rimpelende zee neêr te vallen. En hier en daar vaalroode eilanden, als leeuwenvellen, op goed geluk neergeworpen.

Wij dalen tegen donker naar beneden. De kleine kreek is bij vloed volgeloopen, en de tempel schijnt op de effen wateren te drijven. Aan het einde van een staketsel een rood licht als een kustvuur. Verderop, in de met steile rot-