is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1906 (2e deel) [volgno 1]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER HET LANDSCHAP IN JAPAN.

235

ters, cle Chineesche klassieken, de Chineesche kakemono's.1 Zij hebben tal van geduldig verzamelde vormen, kleuren en aanhalingen in het geheugen; ieder hunner voelt zich in staat zijn tanka of zijn hokku te schrijven en een klein schetsje te maken. Ongetwijfeld heeft het middelmatige de overhand. Zij hebben zich de schoolsche gewoonten eigen gemaakt van den een of anderen stelregel van Confucius of van een klassiek schrijver uiteen te zetten, doch bij velen is het niet anders geworden dan een vervelende breedsprakigheid en een zucht tot herhalingen. Duizenden teekeningen en gedichten zijn slechts kopieën. Van den Mikado af tot aan den winkelier van Tókjö, ja zelfs den eenvoudigsten boer toe, is er geen Japanner, die niet zijn zeventien of een-en-dertig regelig vers op maan, sneeuw of bloemen geschreven heeft. In den vrijen tijd, dien cle rijstbouw overlaat, teekent de landbouwer; terwijl cle pruimen- of kersenboomen in bloei staan, maken lieden uit alle standen onder den sneeuwval van de, door den scherpen voorjaarswind afgerukte bloesems, gedichten die zij aan de takken ophangen. Evenmin als de liefde voor de natuur, is de kunst er voor enkele uitverkorenen weggelegd : zij is algemeen goed. Men gelooft er weinig aan de aangeboren gave, het alleenstaand genie: men meent dat de opvoeding volkomen in staat is om een ieder tot een vrij hoog gemiddeld peil van smaak en vaardigheid te brengen.

Hun artiesten hebben het buitengewone talent van onmiddellijk vast te grijpen wat het kortstondigst en verrassendst in natuureffecten is, en zij bezitten eveneens de gave van de definitie, van de lijn, den enkelen trek, die in 't kort veel zegt en nog meer te denken geeft. Vaak vertolken zij zelfs niet een directe impressie of persoonlijke herinnering, doch weer een interpretatie van anderen, de herinnering aan een of ander kunstwerk. Vandaar hun fijn ge-

1) Wanneer men hun platen vergelijkt met de gezichten die zij voorstellen, ziet men hoe de Japanners in het weêrgeven van hun land de gelijkenis weten te treffen buiten de nauwkeurigheid om. Zij hebben dubbele lichteffecten weêrgegeven, die in werkelijkheid niet gelijktijdig kunnen worden gezien. Waar zij zee en bergen uitbeelden kan die vrije, geestige behandeling slechts uit de herinnering genomen zijn.