is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1906 (2e deel) [volgno 1]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

314

KOETE MEDEDEELINGEN.

De artikelen, van de hand van bekwame en bevoegde letterkundigen, zitten goed in elkaar, zijn vol verscheidenheid en gemeenlik ook getuigend van veel gezond verstand. De onafhankelikheid van dit blad blijkt uit raadgevingen aan de regeering, uit het aanwijzen van sommige misbruiken en dikwels zeer juiste kommentaren op de buitenlandse politiek.

Een ruime plaats wordt ingeruimd aan de verscheidenheden. De Chinese reporters zijn heel handig en weten overal door te dringen: ze kennen ook de interview, die ze van de Japanners geleerd hebben. De laatste vier bladzijden staan vol advertenties, handelsadvertenties, chinese en internationale. Deze laatste hebben hier en daar Europese letters om de aandacht der Chinezen te trekken Het papier dezer dagbladen wordt van bamboes vervaardigd; het is heel fijn. Het wordt maar aan één kant bedrukt, daar de achterkant open blijft om de doorschijnendheid. Het is een beetje geelachtig.

Maar de kleur van 't papier en die van de drukletter kunnen in bepaalde gevallen variëren. Zoo wordt b.v. bij gelegenheid van een keizerlik sterfgeval, het blad waarin het dekreet, dat de gebeurtenis vermeld, met blauwe letter gedrukt, daar dit de kleur is van de keizerlike rouw, want wit zou niet uitkomen op het geelachtig papier, dat gewoonlik wordt gebruikt,

Bij gelegenheid van het huwelik des keizers en bij zijn veijaardag, of die van de keizerin-moeder, is het papier rood, als de kleur van feestelikheid en geluk, en de drukletter zwart. En op de nieuwjaarsdag, die een maand na die in Europa valt, is eveneens rood gebruikelik.

Ook de geïllustreerde pers gaat vooruit in de grote steden. Deze bladen bestaan uit een tiental dubbele bladzijden met een rood of groen omslag. De prijs is 10 cents. De plaatjes zijn pentekeningen over allerlei aktuele onderwerpen.

Zijn er in China al geen wetten, die de vrijheid van spreken en schrijven belemmeren, er zijn er evenmin, die er het recht van waarborgen, zoodat de Chinese journalisten op genade en ongenade zijn overgeleverd aan een of andere politie-maatregel en aan de onder-koningen.

Voor het ogenblik vormt de Chinese pers, daar ze niet het orgaan is van een politieke partij doch veeleer een soort revue, die zeer eklekties te werk gaat, en een werktuig om de politiek en de sociale denkbeelden te populariseren, noch een kracht noch een gevaar voor het gouvernement. Er is dan ook in China geen ofücieuse en evenmin een oppositie-pers.

Onlangs heeft een dagblad in het centrum van China, door een