is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (1e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TEGENOVER VORM IN HET WESTEN.

183

tolk van het Oosten geworden. Die gloed in de Venetiaansche basiliek en op het Venetiaansche doek, die vorm vernietigt en verslindt en daardoor zijn eigen emotievollen invloed doet heerschen ten koste van den intellectueelen invloed van den vorm, is van Oosterschen oorsprong. Alleen Venetië heeft deze gave ontvangen, die nooit deel uitgemaakt heeft van de scheppende kracht van puur Westersche voortbrenging. Plaats deze weelde der zinnen eens naast de groote Helleensche beweging. Beschouw het diepe, hoogst beschaafde karakter der laatste; wijd ook uwe aandacht aan de fijne waardeering van vorm, die de uiting is van dit karakter. Er wordt kleur gebruikt, zeker, maar alleen decoratief, dat wil zeggen om vorm te bepalen en duidelijk te doen uitkomen. Vorm is het wezen der Helleensche Kunst.

Of bepaal u tot een scheppingstijdperk, dat nog duidelijker het Westersche karakter draagt. Heeft ooit eenige beweging in Europa de Gothische in de twaalfde en dertiende eeuw, in hare vereering van den vorm geëvenaard? Ik heb hier niet het oog op de hoedanigheid der uitvoering, of op hare schoonheid, want het is beslist een half barbaarsche kunst; maar is er eenige kunst, die men met haar kan vergelijken, wat betreft het genot en de geheele overgave van verrukking, waarmede zij zich wierp op het scheppen van vormen? Als bewijs hiervoor vraag ik: wat kan men op één lijn stellen met eene Gothische kathedraal? Niet alleen geeft het bouwwerk zelf in zijne gecompliceerdheid en zijn rijkdom van vermetele nieuwigheden blijk van een bijna onverzadelijken dorst naar nieuwe denkbeelden, die in constructieven vorm moesten worden gegoten, maar ook in bijzonderheden en onderdeden vinden wij hetzelfde. De beeldhouwkunst, de tweede groote kunst van den vorm, ontwikkelde eene niet minder groote kracht als de bouwkunst en het westelijk front van wel de helft der groote Fransche kathedralen: die van Parijs, Poitiers, Laon, Amiens, alsook vele Engelsche westelijke fronten gelijken wel museums van gebeeldhouwde figuren, die met zooveel schoonheid, verfijning en energie zijn uitgehouwen, dat zij volstrekt niet in de schaduw worden gesteld door de meer bewerkte en wetenschappelijke studies van de Renaissance. Vogels en