is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (1e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

314

SCHETS VAN DE GESCHIEDENIS DER AUTOMOBIEL.

den franschen officier Nicolas Joseph Cugnot, op kosten der regeering een kleinen stoomwagen samen te stellen, die bij zijn proefritten, waaraan de minister van Oorlog Choiseul deel nam, vier kilometer per uur liep; ongelukkigerwijze moest hij na elk kwartier een poos rusten, om den ketel van een nieuwen voorraad van water te voorzien. Deze uitslag ontmoedigde echter noch Cugnot noch Choiseul, die in deze zaak groote belangstelling aan den dag legde, en reeds in het volgend jaar was een grooter stoomwagen gereed, die tot het vervoeren van zwaar geschut zou moeten dienen. Deze automobiel staat nog heden in het Conservatoire des Arts et Métiers te Parijs, een zwaar gevaarte uit eiken balken met drie lompe wielen. Voor het drijfwiel hangt de stoomketel, daar achter staan twee bronzen cilinders, die van onder open zijn, dus enkel werkend, en waarvan de zuigerstangen door middel van tandraderen op het drijfwiel werken. Door het draaien der voorste as kon de wagen door den voerman, van zijn zetel bestuurd worden. Bij den eersten proefrit bleek echter, dat de bestuurbaarheid van den zwaren wagen meer dan twijfelachtig was, hij begon met een muur omver te rijden, welk voorbeeld trouwens door menige hedendaagsche auto gevolgd is. Dit ongeval schrikte den uitvinder van verdere proeven af; bovendien werd hij na Choiseul's dood niet meer door de regeering ondersteund.

Omstreeks denzelfden tijd hield in Amerika Olivier Evans, de uitvinder der hoogdruk-stoommachine, zich met het plan van een stoomwagen bezig. Een patent, dat hij in 1786 voor zulk een wagen aanvroeg, werd hem geweigerd, daar niemand aan de uitvoerbaarheid van het plan geloof sloeg. In den winter van 1803-04 reed Evan's straatlocomotief door de straten van Philadelphia; dit wonderlijk rijtuig was eigenlijk een boot op vier wielen, dat ook met een scheprad toegerust was, en dus tegelijkertijd op het land en te water dienen kon. Alle pogingen van Evans om het gebruik van dezen wagen ingang te doen vinden bleven vruchteloos, en niet beter ging het zijn landgenoot Nathan Read, die in 1790 een patent op een stoomwagen verkreeg, die door twee horizontale cylinders gedreven zou worden, waarvan de zuigerstangen aan haar uiteinden van tanden voorzien waren die ingrepen tusschen de tanden van raderen. Ook de Schot Symington ondervond in 1785 met zijn stoomwagen niet dan teleurstelling. James Watt, wiens aandacht, zooals wij boven zeiden, reeds in 1759 op den stoomwagen gevestigd was, nam in 1784 een patent op zulk een voertuig, maar het is nooit uitgevoerd. Zijn ingenieur Murdock echter vervaardigde verschillende modellen, die hij ook in beweging wist te brengen en waarvan er een in de Birmingham Art Gallery bewaard wordt.