is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (1e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

342

HET KARAKTER VAK HEN NATÜURVORSCHER.

gen. Zoo vinden wij, dat juist bij de beste leeraren van bet romantische type de leerlingen des te meer hun eigen weg vinden, hoe hooger de leeraar, als zoodanig, begaafd was. Ook hiervoor is gemakkelijk een psychologische verklaring te vinden.

Terwijl namelijk de klassieke, zoodra hij met een bepaald onderzoek bezig is, geheel daarmee vervuld is en dien beperkten gedachtenkring, zelfs voor de eischen van het dagelijksch leven, moeielijk verlaat, brengt het karakter van den romanticus mede, dat hij niet alleen zeer gemakkelijk van den eenen gedachtengang op een anderen overgaat, maar dat hij zelfs behoefte heeft aan zulk een overgang. Zoo zijn het dus meestal verschillende vraagstukken, die zijn geest bezig houden en de leerlingen nemen natuurlijk deel aan de bespreking of het onderzoek dier verschillende quaestiën. Ieder hunner vindt dus licht, al naar zijn aard en zijn gaven, een veld dat hem bijzonder aanlokt, en zoo kan het licht gebeuren, dat, door een gelukkige combinatie, een leerling op een of ander gebied al spoedig meer voortbrengt dan de leeraar. Dit is een hoogst belangrijk gevolg van het karakter van den natuuronderzoeker van het romantische type en al moge ook voor de zuivere wetenschap de arbeid van den klassieke in het algemeen hooger staan dan de zijne, aan den anderen kant is de levenwekkende werking van hem, dien ik tot het romantische type gerekend heb, zoo bevorderlijk aan den vooruitgang der wetenschap, dat de verdiensten van de uitnernendste mannen der beide typen, naar mijn oordeel, gelijk staan.

Nadat ik mij als eersten leiddraad bij de behandeling dezer moeielijke quaestie de begrippen van het klassieke en het romantische type gevormd had, moest ik, om te onderzoeken of mijn denkbeelden gegrond zijn, nagaan of die begrippen toepasselijk zijn op de beroemde geleerden en leeraren, die mij persoonlijk bekend zijn. Terwijl mij dat in het algemeen vrij goed gelukte, ontmoette ik één geval, dat mij geheel in de war dreigde te brengen. Ik wil geen naam noemen, daar de betrokken persoon eerst kort geleden gestorven is; de zaak is deze: hij was een man van buitengemeen grooten persoonlijken invloed, vooral